Nooit meer/moeten

Lieve Floris,

Het lijkt wel alsof het iedere dag meer pijn gaat doen. Wakker worden en beseffen dat jij niet in je eigen kamertje ligt te dromen. De deur uit gaan en weten dat ik jou niet dik aan hoef te kleden en de kinderwagen niet mee hoeft. Dat we geen oppas meer nodig hebben. Dat mama niet meer op tijd naar bed hoeft te gaan, want er is niemand meer die me ’s ochtends net iets te vroeg wakker maakt met vrolijk gebabbel. Dat jou stem nooit meer door de kamer klinkt. Dat jou favoriete leeuwtje nu stilletjes op de open haard staat, naast de mooiste foto’s van jou. Dat mama niet meer hoeft op te letten wat ze wel of niet kan eten. Dat ik zoveel wijn kan drinken als ik maar wil, want jij hoeft nooit meer bij mama te drinken. Dat beseffen doet zoveel pijn, die woorden: nooit meer.

En tegelijkertijd is er zoveel dat mama nu ineens wel moet. Volslagen vreemden vriendelijk vertellen hoe het met me gaat, omdat ze via via gehoord hebben wat er met jou gebeurd is. Samen met papa een monumentje uitzoeken voor op jou grafje. Keer op keer vertellen wat er met mijn stoere mannetje gebeurd is. “Nee, hij was niet ziek… Het was een hartstikke vrolijk mannetje en hij groeide goed!” hoort mama zichzelf steeds weer zeggen. En iedere keer geloof ik zelf niet eens dat er toch op volgt: “hij is plotseling ziek geworden, in een half uur tijd van niets aan de hand naar keihard vechten voor zijn leven”.

Ineens is mama lid van een club waar niemand bij wil horen; “de papa’s en mama’s van overleden kindjes club”.  En ik lees boeken over dat onderwerp, ik ga in therapie en ik praat in een groepje met andere papa’s en mama’s van kindjes die bij jou in de hemel zijn. We steken samen een kaars aan, één voor ieder kindje dat is gestorven. Ik zie jou naam daar bij staan: Floris. Mijn lieve, kleine Floris.

Nee! Denk ik van binnen. Nee! Nee! Nee! Dit mag niet waar zijn. Het kan niet. Mijn Floris hoort bij mij te zijn. Geef hem terug, alsjeblieft! Laat dit alsjeblieft een droom zijn, en dat ik nu na zes weken alsnog wakker word. Dat ik dan heel even stil in bed blijf liggen, naar het plafond staar en denk “getver, wat een nare droom was dat.” En dat ik dan uit bed spring en naar je kamertje ren… Ik zie mezelf de deur zo openen. Daar is hij! Hij slaapt gewoon… Heel even laat ik me gaan in de fantasie dat je toch nog hier bij mij bent.  Maar al snel besef ik dat het toch echt geen droom is. Die donkerte en die leegte die ik alsmaar van binnen voel is echt.

En weet je Floris, mama zou willen dat ze zich zo krachtig en zo sterk voelde als iedereen steeds maar zegt dat ze is. Mama zou willen dat je daar boven zit te kijken en trots zou zijn op hoe ik me er doorheen sla. Hoe ik stug door blijf lopen en de stormen die door mijn leven razen trotseer. Maar de waarheid is, dat ik het het liefste op wil geven. Dat ik vanaf nu gewoon wil blijven zitten waar ik zit en niets meer hoef. Dat ik zou ophouden met voelen. Vooral dat. Niets meer voelen van die scherpe pijn die de hele dag door in me snijdt. Alles in mij roept “dit kan ik niet”. Het is te veel, het doet te zeer. En de gedachte aan een heel leven door moeten zonder jou maakt me bang. Ik wil dit niet. Het enige dat ik wil is niet meer voelen dat ik je mis…

05-03-2017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s