Zon, zee, strand en tranen

Lieve Floris,

In de gang beneden staan onze koffers. Naast de kapstok met jou jas en je dikke wintermuts. We gaan op reis, en het contrast tussen de vrolijke zomerjurkjes die mama heeft ingepakt en jou warme jas aan de kapstok maken weer eens al te pijnlijk duidelijk hoe het zit. Jij gaat niet mee.

Mama denkt aan hoe uitgelaten ze was toen we begin januari deze reis boekten. Voor het eerst met Floris in het vliegtuig, op reis naar een warm land. Samen spelen in het zand, in het zwembad en onder de grote parasol. Een paar dagen op pad met de auto, het eiland verkennen.  Wandelen door de vlindervallei, Floris bij papa in de draagdoek. Lange avonden met een wijntje op het balkon, terwijl jij tevreden lag te slapen in de hotelkamer…

 

Hoe groot is het verschil met de moeilijke, zware reis die we nu moeten maken. In de maanden voorafgaand denken papa en mama met gemengde gevoelens aan de twee weken die komen gaan. “Misschien kunnen we toch wat leuks gaan doen als we er eenmaal zijn?” zeggen we twijfelend. Vorige week bladerden we voor het eerst door de reisgids. “Toch best leuk” zeiden we voorzichtig tegen elkaar.

Dan wordt mama gebeld; of ik de reispapieren even op kom halen in de winkel. Als ik aan kom blijkt er iets mis te zijn gegaan. De papieren zijn er niet. Met een vrolijk gezicht, en vastberaden om haar klant zo goed mogelijk te helpen, typt de reisagente ons boekingsnummer in. Ze draait het scherm zodat mama mee kan kijken. Maar al snel verdwijnt die vriendelijke glimlach van haar gezicht, als er op iedere pagina van het boekingsformulier in koeienletters staat:

LET OP! KLANTEN ZOUDEN MET BABY REIZEN, MAAR DEZE IS OVERLEDEN.

Slik. Mama voelt een brok in haar keel. Ieder klein beetje vakantiegevoel dat er was opgekomen wordt met deze woorden weer de kop ingedrukt.

Thuis pakken we met lichte tegenzin de koffers in. Mensen die mama goed kennen weten dat ik normaal gesproken al maanden van te voren met inpakken begin. Ieder jaar maak ik een heuse “vakantielade” waar ik steeds weer iets in leg. Nu smijt ik de kleding bijna in de koffers. Slippers met een vrolijk motiefje, zwierige zomerjurken, zonnebrand en korte broeken. Het voelt zo ver weg bij hoe ik me nu voel.

Een laatste, snelle bezoek aan de winkel, voor luchtbedjes en extra zonnebrand, blijkt ook geen groot succes. Mama loopt naar binnen en werkelijk overal waar ik kijk staat Nijntje. Nijntje zwembandjes, Nijntje strandspeelgoed, Nijntje handdoeken…….. Ik pak wat ik nodig heb en reken snel af. In de auto huil ik tranen met tuiten. Dat had ik allemaal voor je willen kopen Floris. En als ik dan thuis was gekomen met een Nijntje koffer en een zonnehoed, een Nijntje strandbal en een vrolijke poncho dan had papa me streng aangekeken. “Veel te veel gekocht” had hij tegen me gezegd. “Maar het was allemaal zo leuk, en het staat hem zo goed!” was mijn antwoord dan geweest, en daar kon papa niks tegen in brengen.

 

Morgen gaan we op vakantie. De laatste dagen tel ik de keren af dat we nog bij je langs kunnen gaan. Het wordt iedere keer moeilijker. Nog vier keer langs Floris en dan gaan we weg, nog drie keer langs Floris, nog twee keer…….. Tot we morgenmiddag voor de laatste keer voor de vakantie de begraafplaats op lopen. We zullen je bloemen nog even verzorgen en je knuffels rechtop zetten. We zullen je zeggen dat we de komende weken niet langs kunnen komen. We zullen huilen en elkaar vastpakken en al snikkend zeggen hoeveel we van je houden. Tot de maan en weer terug Floris…

Mama weet heus wel dat jij het niet erg vindt. Dat jij best snapt dat papa en mama nou eenmaal toch op vakantie moeten gaan. Mama weet wel dat je in ons hart met ons mee reist en dat je ons ziet als we op een zonnebedje in de Griekse zon liggen. Mama weet wel dat het oké is om te gaan.

Maar alles in mij schreeuwt; dit wil ik niet.

Morgen gaan we op vakantie. In plaats van luiers en Nijntje speelgoed neem ik een hart vol liefde mee. Samen met papa ga ik er iets van maken. Proberen we toch te genieten van de warmte, de zee en het lekkere eten. Samen zullen we uren bakken op het strand. Zal het zand zich vermengen met onze zoute tranen, zullen we lachen en plezier maken. Zullen we huilen om wat er niet kan zijn.

Zullen we je nog intenser missen dan thuis…

08-05-2017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s