Dood,

Wat heb je met mijn man gedaan?

Waar zijn zijn sprankelende blauwe ogen, vol levenslust en plezier? Je hebt ze afgepakt, en ik hoop maar dat je ze niet hebt weggegooid. Wat heb je met zijn rechte rug gedaan? Met zijn vertrouwen in het leven? Je hebt het neergeslagen en voor dood achtergelaten. Waar zijn zijn grappen en waar is zijn lach? Zijn échte, onbezorgde lach? Die lach waar mijn hart van smelt, waar ik het warm van krijg en die de liefde door mijn lijf laat stromen. Waar is zijn zelfvertrouwen? Zijn vastberaden blik in moeilijke dagen? Die blik die mij zegt; Het is nu even zwaar, maar ik weet dat het weer goed komt. Wees maar niet bang, ik zal je dragen. Die blik, die houding, dat gevoel, dat mij tot rust brengt. Waar is het? Wat heb je er mee gedaan?

Dood, wat heb je hem gebroken. Gebroken tot in het diepste van zijn ziel. Ik zie zijn radeloosheid, ik voel zijn onzekere vragen. “Wie ben ik nu nog?”. Nu alles waar hij dacht voor te leven in één dag, één onvoorstelbare, intens verdrietige dag is weggevaagd, is alle richting uit zijn leven verdwenen.  Ik zie de pijn, de angst, de wanhoop. Ik zie het verdriet, dat groter is dan hij kan dragen.

Misschien hou ik nog meer van hem nu al zijn gebrokenheid hier voor me ligt. Misschien is mijn liefde nog vuriger, nog intenser en groter. Omdat ik zie hoe hard hij vecht, omdat ik mag ervaren dat hij ondanks alles overeind blijft staan. De kwetsbare binnenkant die nu zo zichtbaar aan de buitenkant ligt draagt naast het pure verdriet ook nog iets anders met zich mee. Het spreekt van een ongelofelijke kracht. Dat hij in zijn eigen verdriet nog steeds in staat blijft mij te troosten. Dat hij in zijn donkere hart nog steeds liefde heeft om uit te delen. Hij heeft amper de kracht om zelf te blijven staan, maar toch leent hij mij zijn schouder om op te leunen. Hij kan zijn eigen radeloze, diepe verdriet amper de baas, maar toch geeft hij mij zijn beschermende omarming om troost in te vinden.

Wat is hij toch een mooie man. Ik zeg dat vaak tegen hem. Ik zei dat vaak, ook voordat onze lieve Floris naar de hemel moest gaan. Maar ik wist toen nog half niet hoe mooi hij in werkelijkheid is. Als ik het nu tegen hem zeg, dan zeg ik het vanuit de wetenschap dat ik hem ken, door en door. Dan weet ik wát ik zeg, omdat mooi in ons geval een heel veel diepere lading heeft gekregen.

 

Dood, wat heb je met mijn man gedaan? Veel liever had ik hem en mij gegund dat mijn blijken van liefde oppervlakkig waren gebleven. Dat ik nooit had geweten wat het werkelijk is om te houden van in voor- en tegenspoed. Dat hij gewoon verlegen had geglimlacht als ik voor de zoveelste keer al starend naar zijn sprankelende ogen verzuchtte: “Man, wat ben je mooi.”

Dat duizend keer liever dan dat ik nu zijn gevecht aanschouw en van zijn pure, kwetsbare hart kan zeggen: In al je gebrokenheid schat, wat ben je mooi.

Een reactie op “Dood,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s