chaos in mijn hoofd.

Lieve Floris,

 

Mama begrijpt er niks van.
Als ik de foto’s van jou op onze computer bekijk, dan snap ik echt niet dat je hier niet meer bent. Dan snap ik niet dat het met jou, zo’n vrolijk en blij mannetje, zo mis heeft kunnen gaan.
Iedere foto die we van je hebben getuigt van hoe mooi en vol levenslust je was. De foto waar je met je handjes in de lucht in je bedje ligt, getuigt van hoeveel zin jij iedere dag weer had om de dag te beginnen. De foto van jouw grote lach, hangend op opa’s schouder, getuigt er van hoe je genoot van zijn aanwezigheid. Hoe blij je werd van aandacht en liefde. Hoe je het uitgilde van pret als er iemand met je speelde. De foto van je eerste hapje, waarbij je mond vol pompoen zit en je tevreden naar de camera kijkt, getuigt er van hoe trots je was dat je ook eindelijk mocht doen wat papa en mama altijd aan tafel deden. Het laat zien hoe groot jij werd. Hoe je de fase van enkel borstvoeding drinken ontgroeide. En dan nog zo’n foto die bewijst dat jij een grote, sterke jongen werd… Je zit bij papa op schoot, in je boxpakje dat eens jouw maat was. Maar nu heb je ineens korte mouwen aan, in plaats van lange. Het broekje komt slechts tot net over je knietjes, je blote benen bewijzen dat je groter en groter werd…

Er was niets met je aan de hand, lieve Floris. Je was een mooie, lieve, fijne knul. Je groeide goed en je ontwikkelde. Je speelde, ontdekte en had plezier. En middenin dat alles moesten we ineens ontdekken dat er in jouw buikje van alles mis was. Zonder dat iemand ons gewaarschuwd had. Zonder dat iemand ons ooit vertelt had dat dit kon gebeuren… Middenin ons fijne, zorgeloze leven stond ineens de tijd voor altijd stil. Ik zie mezelf naar huis rijden in de auto van het werk. Ondertussen bel ik opa en oma. Ik weet dat ik ze ongerust maak, maar ik ben zó bang. Mijn Floris… mijn, lieve, lieve Floris…

Ik zie papa en mijzelf naast je bedje zitten. De artsen zijn druk in de weer met dingen die wij niet begrijpen. Ik voel me zo machteloos… Je bent mijn jongen, je bent mijn kind. Ík wil jou helpen! Ík wil er voor zorgen dat jou nooit iets overkomt. Dat heb ik je beloofd, al ver voordat je geboren werd. Maar het enige dat ik kan doen, is naast je bedje zitten en papa’s hand vast houden. 16 uur lang huilen we, hopen we, bidden we. De angst en de onzekerheid nemen steeds sterker de overhand. We zien onszelf in de familiekamer jouw opa’s en oma’s omhelzen. We appen met je tante over hoe het met je gaat. Als de nacht begint vragen we vrienden en familie, en eigenlijk iedereen die we maar kunnen bedenken om met ons mee te bidden. We vragen kracht en beterschap en nog meer kracht. Bergen kracht hebben we nodig, jij, papa en ik…

Maar ondanks alles gaat het helemaal mis. Tot twee keer toe zien we hoe het leven bijna uit je kleine lijfje glipt. We zitten naast je bedje, papa probeert mijn gezicht in zijn omhelzing te verstoppen. Hij wil me beschermen tegen de ellende die zich in de kamer afspeelt. Hij wil me beschermen tegen de pijn en het verdriet. Maar ik wil het zien. Omdat dat het enige is dat ik voor je kan doen. Bij je zijn en met je mee lijden. Tot twee keer toe vecht jij je terug, kom je na een reanimatie weer terug op de wereld. Eén keer kom je zelfs weer even bij bewust zijn. Mama ziet je oogjes langzaam bewegen, ik zie een vingertje aan je hand een kleine beweging maken. “Hij beweegt!”, vandaag hoor ik de hoop in mijn stem. Zie ik weer hoe ik me vastklamp aan die kleine strohalm. Floris komt bij, zie je wel… het komt allemaal alsnog weer goed.

Op mijn computer zie ik een filmpje voorbijkomen waarop jij omrolt op de bank. Ik hoor mijn enthousiaste geroep. “Goed zo Floris! Jaaaa! Goed zo!” Ik hoor mijn enthousiaste, pure blijdschap. Maar even later hoor ik weer mijn gebroken stem die in de familiekamer tegen de arts uitroept dat ik nu naar Floris toe wil. Hij heeft ons net vertelt dat jij het niet zal redden. Ik zie weer hoe de arts mij tegen moet houden als ik worstel om bij je te komen. Nee! Ik wil bij jou zijn. Je hebt je mama nodig. Je hebt je papa nodig… Je gaat dood. Wie anders moet er nu nog bij je zijn.

Ik zie je vrolijk spelen in de box. Ik zie je opgetogen in de maxicosi zitten met je oranje winterjas aan. Ik zie je aan het infuus liggen en keihard vechten voor je leven. Ik zie je in mijn armen liggen en vol verwachting naar me kijken. Ik zie hoe jij je tong uitsteekt als ik dat ook doe. Ik voel de kusjes die papa je geleerd heeft te geven. Ik zie de verpleegkundige stil en geruisloos de apparaten afkoppelen. Ik zie mijn diepe, diepe ellende. Ik zie je in onze armen liggen, stil en zwaar. Zodra de apparaten uit gaan stopt jouw hartje met kloppen. Je bent op de plek waar je hoorde te zijn, in papa en mama’s armen. Maar ik begrijp het niet lieve jongen, ik begrijp het allemaal niet.

Hoe kon jij nou?

Er was niets aan de hand…

Een reactie op “chaos in mijn hoofd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s