Liefste Floris,

Ik wil niet meer.
Ik kan niet meer.
Ik. Kan. Dit. Niet. Meer.

De afgelopen drie jaar heb ik dit continu gevoeld. In alles voelde ik dat ik het leven zonder jou niet aankon. Niet aandurfde. Niet aan wilde gaan. Dat gevoel is in de afgelopen maanden tot een dieptepunt gekomen. Mijn geest was op en schreeuwde om rust. De dagen werden donkerder en donkerder. Meer dan eens heb ik tegen mijn lief gezegd: Ik wil niet meer. De strijd in mij woede heviger dan ooit. Ik wilde bij jou zijn, maar ik wilde óók bij papa zijn, en bij kleine, lieve David. Ik voelde hoe ik uit elkaar getrokken werd tussen verder willen gaan voor mijn liefde, en op willen geven om maar voor altijd bij jou te mogen zijn. De woeste zee van rouw bleef mij maar overspoelen. Nergens vond ik houvast. Nergens vond ik een stevige baken om mij aan vast te grijpen. En langzaam voelde ik hoe ik kopje onder zou gaan. Ik vocht, maar ik vocht ook niet. Ik wilde boven blijven, maar ook niet. Mijn geest was moegestreden.
Niet zo heel lang geleden zei ook mijn lijf en nu is het genoeg”. Ik stortte in. Letterlijk. Na een aantal dagen ziekenhuis was de conclusie deze; mijn lichaam was op. Op van alle rouw. Op van alle pijn en verdriet en van het alsmaar vechten tegen beter weten in. Op van de doorwaakte nachten, waarin ik rusteloos in mijn bed lag te woelen en niets anders kon dan die immense pijn die ik overdag alsmaar voelde mij wéér te laten overspoelen. Nachtenlang lag ik wakker en dacht ik aan jou. Soms aan de fijne herinneringen, maar veel te vaak ook aan de pijnlijke, hartverscheurende nachtmerrie waarin jouw leventje eindigde. Nachtenlang dacht ik, voelde ik, schreeuwde ik zonder woorden en huilde ik mijn stille tranen. Tot er simpelweg niets meer was. Mijn hoofd was leeg, mijn hart afgestompt. Wat mijn geest zo hard probeerde duidelijk te maken zei mijn lichaam zonder woorden. Ik was op. Letterlijk op. Het was een nieuw dieptepunt, maar gek genoeg ook het begin van een nieuw gevoel. Want waar de noodkreet van mijn rouw niet in slaagde lukte met mijn totale uitputting nu wel. Het zette een sneeuwbal-effect van hulp in gang die mij, wonder boven wonder, uit de ellendige, woeste zee van rouw getrokken heeft.
Vandaag kan ik dus iets heel anders zeggen, lieve Floris. Ik wil weer. Ik kan weer. En ik ga het weer doen. Voor het eerst in de drie jaar zonder jou voel ik van mijn tenen tot mijn kruin dat ik dit kan. Voor het eerst sinds een dokter met een witte jas mij die onbegrijpelijk woorden zei die ik al drie jaar niet bevatten kan: Floris gaat dood.
Je bent dood. Nog steeds.
Dat doet pijn. Voor altijd.
Maar voor het eerst in drie jaar tijd voel ik naast die eindeloze, diepe pijn ook het geluk weer door mijn lichaam stromen. Ik ben verbaasd dat ik dit voelen kan. In een bijna euforische staat loop ik de laatste paar weken door de dagen en verwonder ik mij over alles wat ik ineens weer mooi vind. De bloemen in de kamer, de zon op mijn gezicht, een warme kop thee met een goed boek. Maar boven dat alles staat David. Lieve, kleine David die zijn grote broer nooit kennen kon. Die ondanks dat vrolijk speelt en naar mij lacht. Die mij iedere paar minuten even een knuffel komt geven, en zich dan weer vol overgave op zijn speelgoed stort. Ik zie en voel hoeveel hij van mij houdt en hoe hij er van geniet dat ik er ben. En boven dat alles staat mijn liefde. Jouw sterke, stoere papa die geen moment van mijn zijde is geweken. Die met mij streed en voor mij. Die alles deed en meer om mij te helpen. Ik zie de pijn in zijn hart om hoe het is geweest. Om hoe zijn vrouw zich meer dan eens in zijn sterke armen stortte en in zijn troostende omhelzing fluisterde ik kan dit niet meer. Mijn ogen vullen zich met tranen, mijn hart vult zich met warme, alles overheersende liefde. Dit is mijn man; die er stond en er staat en er altijd zal zijn. Trots en liefde en geluk vullen mijn dagen: om dat wat overeind is blijven staan. Om dat wat ik ein-de-lijk vanuit mijn diepste gevoel kan zeggen: Ik wil weer. Ik wil weer en ik kan weer. Niet omdat ik denk dat het nu nooit meer donker wordt, niet omdat ik geen rouw meer voel en de pijn van jouw gemis ineens weg is, maar omdat ik in de liefde overtuigd ben van dat ik het met de juiste mensen om mij heen weer aan kan.

Daar ga ik weer. Met een lach in mijn hart die ik drie jaar kwijt geweest ben.
Daar ga ik weer. Ik hou van jou tot de maan en weer terug, lieve Floris.

 

 

 

 

4 gedachten over “”

  1. Slik…ik lees je bericht met tranen in mijn ogen. Wat een lange weg heb je moeten gaan en wat ben ik dankbaar voor jou, Claes Maarten en David dat je weer durft te zeggen: ik wil weer en ik kan weer. Liefs, Annemarie

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s