20 weken

Lieve Floris,

Afgelopen maandag was het zover. De 20 weken echo in het ziekenhuis.
De baby groeit inmiddels al 21 weken in mama’s buik. Tot afgelopen maandag is de zwangerschap zorgeloos geweest. Mama voelde zich gelukkig, blij en onbezorgd. Ik herken het van vijf jaar geleden, van de negen maanden dat jij in mijn buik groeide. Fluitend danste ik door de zwangerschap heen. Ik was onbezorgd en onbevreesd. Dat laatste kan ik nu niet meer zeggen, maar het overspoelt en beheerst mij niet meer. Tot vorige week, toen papa en ik steeds dieper voelden dat de 20 weken echo dichterbij kwam. Misselijk van de spanning waren we, niet alleen op het moment zelf maar ook in de dagen die er aan voorafgingen. We dachten terug aan de laatste 20 weken echo die we gehad hebben, die van jouw broertje David. De echoscopiste kletste vrolijk terwijl ze alle organen en ledematen van kleine David onder de loep nam. Maar ineens viel ze stil. Er werd gebeld, er werd in medische termen tegen de co-assistenten gepraat, maar wij hoorden niets. Tot drie minuten voor er een kalende man de kamer binnenkwam stormen. “We hebben de cardioloog even opgeroepen, want we zien een afwijking aan het hartje.” Meer niet. Of we dat maar even wilden verwerken en of ik vooral rustig wilde blijven liggen anders kon de cardioloog niet goed kijken. Na een paar blikken op de echo was zijn conclusie al daar; er zit een afwijking in de hartkleppen van de baby. Volgens hem was het allemaal niets ernstigs en hoefden we ons niet al te druk te maken, want levensbedreigend was het niet. Toch werden er allerlei voorzorgsmaatregelen getroffen voor het moment dat David geboren zou worden. Niet ernstig was het in onze hoofden zeker niet. Allebei voelen we nog hoe we radeloos in een diep, donker gat stortten op het moment dat we dat ziekenhuis uitliepen en elkaar in de ogen keken. Niet weer, dachten we. De weken die volgden waren alles behalve zorgeloos. Er volgden veel extra afspraken in het ziekenhuis, therapie bij de medisch maatschappelijk werkster en de gewone controles bij de verloskundige. Niemand kon ons van dat allesoverheersende gevoel af helpen. Ons kindje heeft iets aan zijn hartje, dat kan niet goed gaan. Na zijn geboorte bleek David echter kerngezond. Hij mankeerde helemaal niets aan zijn hart, en de afwijking die destijds ook in zijn nieren gevonden werd viel in de praktijk erg mee. Een half jaar is hij gevolgd door de nefroloog van het ziekenhuis, waarna zij met een gerust hart zei dat David niets meer mankeerde. Hij moet nog jaarlijks terugkomen voor een foto en een gesprek, maar gezond is hij zeker.

Afgelopen maandag was daar 20-weken-echo-deel-3. We wilden niet. We durfden niet. De spanning werd ons veel en veel te veel. Net voordat wij naar het ziekenhuis vertrokken werd je broertje opgehaald door opa en oma. Zijn intense vreugde om het vooruitzicht drie dagen te mogen logeren bij opa en oma kon ons niet kalmeren. Sterker nog, het contrast was zo groot dat we na zijn vertrek hopeloos aan de eettafel zaten. Het was te stil. Voor ons gevoel een voorbode, want dat er iets gevonden zou worden stond in ons hoofd al vast. Volledig out of the box voor ons besloot ik te bidden. De afgelopen jaren heb ik God verre van dichtbij gevoeld op de momenten waar het er écht toe deed. Toen jij ziek werd was Hij er niet. Toen jij stierf was Hij er niet. Toen vrienden en familie ons in de steek lieten was Hij er niet. Toen jouw broertje in mijn buik gevormd werd was Hij er niet. Toen ik overspoeld werd door een diepe, diepe depressie was jouw sterke vader er om mij te redden, maar Hij was er niet. Anderen zullen nu zeggen dat Hij er wél was, maar dat ik hem niet voelde. Vanuit die gedachte ben ik maandag gaan bidden. Ik wilde er weer op vertrouwen dat God er al die tijd geweest was, maar wáár was je dan God? In mijn hakkelende en vertwijfelde gebed legde ik neer wat een pijn ik gevoeld heb om Zijn gemis. Meer dan eens in de afgelopen jaren heb ik de woorden gedacht die Jezus uitsprak aan het kruis; mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Zo voelde het ook. Ik voelde mij door veel mensen verlaten, maar nog het meest door de God waar ik voor jouw ziek-zijn en sterven zó op had vertrouwd. In mijn gebed vroeg ik God om ons te laten zien dat hij er was. Meer dan wat ook verlangde ik naar een teken van betrokkenheid. Iets dat mij kon zeggen: dit keer zal het anders zijn. Onderweg naar het ziekenhuis hadden papa en ik het daar over. Vertwijfelt vroegen we ons af of we een dergelijk teken eigenlijk wel zouden herkennen. Even later klonken de eerste tonen van Bløf’s ‘alles is liefde’ door de radio. Ik keek papa wat onzeker aan. Is dit het? Bløf heeft mij met zijn rauwe, diepe teksten door menig slechte dag heen geholpen. Bløf is voor ons beide dierbaar geworden door de herkenning van pijn die in de songteksten weerklinkt. Is dit het dan? Misschien, zei papa. Maar heel overtuigend waren we beide niet.
De echo verliep moeizaam en gespannen. De co-assistent mocht de metingen uitvoeren en deed alles verkeerd wat ze verkeerd kon doen. De ‘echte’ echoscopiste was meer bezig met het uitleggen van de tips en tricks dan dat er naar ons kindje gekeken werd. Totdat de co het stokje overgaf en de ‘echte’ de beelden ging bekijken. Rustig legde ze alles uit wat ze op de beelden zag. Na ieder orgaan en iedere ledemaat die ze bekeken had volgde een “dat ziet er prachtig uit”. Maar bij papa en mama bleef het gevoel dat dit allemaal nog ging veranderen. De echoscopiste keek naar de handjes van de baby. Ze legde vrolijk uit dat baby’s op deze termijn hun vuistjes altijd gesloten hielden. Een schattig knuistje kwam in beeld en de baby bewoog hem vrolijk heen en weer. Plotseling ging zijn handje open en vormde hij snel daarna een nieuw vuistje, maar dit keer met een opgestoken duim. De echoscopiste lachte er om en grapte dat de baby ons liet weten dat alles goed met hem was. Met tranen in de ogen keken papa en ik elkaar aan. Hier was ons teken. Hier is God die ons zegt dat Hij er bij is. De rust keerde over ons en hoewel het belangrijkste nog moest komen, het kijken naar het hartje, wist ik zeker dat alles goed zou zijn. De echo verliep verder voorspoedig. Er werden geen gekke dingen ontdekt en geen afwijkingen geconstateerd. Als laatste deelde de echoscopiste mede wat wij al een tijdje wisten; jij krijgt een tweede kleine broertje. Er groeit een derde zoon in mama’s buik. Een derde zoon, die mag groeien in de veilige bescherming van mama’s buik en in de wetenschap dat God bij hem is. Volledig vertrouwen op Gods nabijheid en Zijn zorgen voor ons in dit leven is nog een brug te ver. Daarvoor zijn er nog te veel vragen en is er nog te veel pijn. Maar al die vragen en al die pijn mogen we te lijf gaan in de overtuiging dat Hij er weldegelijk bij is, en dat…….. Dat is na jaren eenzaamheid te hebben gevoeld een heel fijn en geruststellend gevoel.

2 gedachten over “20 weken”

  1. prachtig en ontroerend, ik wens jullie een mooie zwangerschap en toch ook veel sterkte voor de pijn die er toch ook weer in zit om Floris

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s