Ga maar, lieve Floris

Lieve Floris,

Een dag vol herinneringen.
Herinneringen die we liever zouden vergeten.
Vandaag is het vier jaar geleden. Ik vecht tegen de beelden die terugkomen. Ik wil ze niet opnieuw beleven, maar zonder pardon verschijnen ze de afgelopen week steeds op mijn netvlies. Ik denk aan de laatste dagen met jou. De onbezorgde, vrolijke momenten. Hoe ik je op je buikje kietelde en jij het uitschaterde van het lachen. Hoe je een paar dagen eerder plotseling begon met omrollen. Hoe verbaasd je je hoofdje ophief op het moment dat het je voor de eerste keer was gelukt. Hoe je genoot van een warm badje samen met papa. Hoe je hem hele verhalen vertelde terwijl je daar zo lag te trappelen in het warme water.

Als in een slechte film zie ik mezelf die laatste zaterdag lachend op de fiets stappen. Jij zwaaide me vrolijk kraaiend uit terwijl je blij in de armen van jouw stoere papa lag. Hoe had iemand kunnen bedenken dat je nog diezelfde avond buiten bewust zijn in de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Hoe had iemand kunnen bedenken dat je slechts een paar uur later voor de eerste keer werd gereanimeerd. Vannacht schoten die beelden opnieuw door mijn hoofd. Terwijl ik in de stille, donkere nacht jouw jongste broertje zat te voeden dacht ik aan de momenten in het ziekenhuis. Ik zag weer je kleine vingertje bewegen, slechts een paar uur nadat je was gereanimeerd. Mama was de enige die het zag. Een kleine beweging vol hoop. Ik hield me stil, dacht dat het slechts wishful thinking was. Ik had het vast niet echt gezien. Maar even later bewoog je hele handje. Ik had het echt gezien. Ik hoor nog de hoop die uit mijn tenen kwam toen ik uitriep: “Hij beweegt!”. De zuster keek verward mijn kant op. Tot dan toe hadden papa en ik stille tranen gehuild naast jouw ziekenhuisbed. Onze handen verstrengeld in elkaar. Mijn stem klonk schor en wankel. Maar wat ik zei was waar. Papa zag het, de zuster zag het. Het was niet mijn verbeelding.
Je kreeg snel een slaapmiddel zodat je weer zou wegzakken. “Floris heeft zijn energie nu hard nodig om beter te worden.” sprak de arts ons toe. Ik weet dat hij gelijk had. Ik weet ook dat hij ons daarmee onze laatste kans ontnomen heeft om onze zoon in zijn ogen te kijken. Want beter worden deed je niet. In de vroege uren van die zondagmorgen, 22 januari 2017, werd je zieker en zieker. Een tweede reanimatie volgde. Deze keer duurde het veel langer voordat je hartje weer begon te kloppen. Ik zie de beelden aan me voorbij flitsen. Ik zie de zuster plotseling een knop in drukken, de gang op rennen en schreeuwen: “komen, komen, komen!!”. Een rijtje artsen en verpleegkundigen verzamelden zich in jouw kamer. Eén van hen ramde op een klok en de tijd begon te lopen. Ik weet nog dat ik dacht: wat als dat rijtje artsen op is? Wat als de laatste zijn handen op de borstkas van mijn zoon heeft gelegd en zijn hartje nog niet klopt? De rest van de herinnering wordt overschaduwd door mijn ziel die keihard NEEEEEEE! blijft schreeuwen. Nee, nee, nee, nee. Dit gebeurt niet echt. Niet met mijn kind. Niet in mijn leven. Mijn jongetje vecht niet voor zijn leven onder het toeziend oog van zijn papa en mama. Nee, nee, nee. Maar het gebeurde toch.
Aan het einde van de ochtend opperde de artsen dat ze wilden opereren. Ik herinner me de hopeloze blik in de ogen van de arts die zei: “We willen in zijn buikje kijken. Misschien zien we dan wat hem zo ziek maakt.” Om 13:00 uur die middag was het zover. De zusters waren begonnen jouw lijfje klaar te maken voor de operatie. “Kom maar bij hem staan,” zei er een. “Kom maar hier en streel hem, aai hem over zijn hoofdje en zeg de dingen die je zeggen wilt.” Maar wat zeg je tegen je kind dat ligt te vechten voor zijn leven? Wat zeg je als je weet dat je hem misschien nooit meer levend in je armen houdt? In de kille ziekenhuiskamer streelde ik mijn zoon, en ik heb hem gezegd dat het niet erg was. Dat we wisten hoe hard hij gevochten had. Dat als hij het niet meer aankon en hij het op wilde geven wij hem zouden laten gaan. Ik heb hem gezegd hoe graag ik zou willen dat hij bij ons bleef. Dat we over een tijdje gewoon weer konden kroelen en ik hem kon bedelven onder mijn kusjes. Maar als je niet meer kunt, lieve jongen. Als je geen kracht meer hebt om deze ziekte te boven te komen, ga dan.
Vier jaar later zit ik op ons bed en huil ik de ogen uit mijn kop om de woorden die ik toen tegen je zei. Ik liet je los vanuit de onvoorwaardelijke, alles overheersende liefde van een moeder voor haar kind. Maar het had niet zo mogen zijn.
Ik hou van jou tot de maan en weer terug.

4 gedachten over “Ga maar, lieve Floris”

  1. Lieve Everline, Claes Maarten, David en Jonas,

    Sterkte deze dag vol herinneringen die er altijd zullen zijn iedere keer weer opnieuw aan jullie lieve zoon en broer Floris. Ook als jullie je grote broer nooit hebben gekend en gezien toch zullen jullie hem leren kennen door mama en papa als ze over hem vertellen. ❤️

    Lieve groet Rob en Marja

    Like

  2. Lieve Eef,

    Wat omschrijf je dit weer krachtig.
    Wat een ontzettend groot gemis en verdriet die met geen woorden te omschrijven zijn.
    We denken aan jullie en aan die lieve kleine Floris vandaag!

    Veel kracht, en samen dragen we, altijd!!

    Like

  3. Wat hartverscheurend. Wat hebben Jonas en David en wat had Floris een enorm geluk dat ze zulke liefdevolle ouders hebben.. Dat moet de kleine Floris gevoeld hebben, dat ie in jullie liefde gekoesterd werd. Wat voelt het oneerlijk dat de jongetjes nooit compleet zijn, sterkte!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s