Blog

Stilte

Lieve, liefste Floris,

Het lijkt wel of er steeds minder woorden over blijven. Alsof er steeds minder te zeggen is.
Wat valt er ook nog te zeggen, na meer dan een jaar vol verdriet en pijn? Alles is al zo vaak uitgesproken. Alles is al zo vaak benoemd.
Het doet pijn. Het doet zo ontzettend veel pijn.
Mijn woorden zijn weg, maar het gemis is nog steeds op volle sterkte aanwezig.
Zomaar, zonder duidelijke reden val ik regelmatig in die diepe ellendige put van verlies en pijn. Ik huil mijn tranen, maar de enige woorden die van mijn lippen komen zijn; ik mis hem zo. Ik mis je zo Floris, ik mis je zo ongelofelijk veel. Voor de diepe radeloosheid van binnen vind ik geen woorden meer. Ze zijn op. Mijn hart is leeg.
Welke woorden zou ik ook kunnen gebruiken, om uit te leggen wat ik voel? Er is geen woord dat duidelijk kan maken welke chaos en leegte, en wat voor diepe ellende er in mij heerst. Daarom blijf ik stil, en blijf ik steken bij die woorden die zo overduidelijk waar zijn; ik mis hem zo. Als ik ze uitspreek voel ik de stekende pijn, die zoveel meer behelst dan die vier kleine woordjes. Dan voel ik radeloze paniek, dan wil ik gillen en schreeuwen en tegen alles en iedereen aan schoppen. Dan wil ik de hele wereld vertellen dat het niet eerlijk is. Waarom moest míjn kind dood gaan? Waarom moeten wij dit grote verdriet dragen? Jij bent er niet meer. Nooit meer. En in die afwezigheid ben je er juist altijd bij. Voor de impact van die twee woorden, nooit meer, kan ik geen woorden vinden. Alles is al zo vaak gezegd. Maar met geen enkel woord kan ik duidelijk maken wat ik voel. Dus huil ik mijn stille tranen, en zeg ik niets dan dat wat iedereen wel bedenken kan. Ik mis hem. Ik mis hem. Ik mis hem zo.
Ik mis je zó Floris. Ik mis je zo ongelofelijk veel.

Ik kan dit niet.

Lieve Floris,

Het komt op vreemde momenten op zetten. Dat nare gevoel, onbestemd en vervelend. Mama is blij en heeft het naar haar zin, en ineens is er dat stemmetje achter in mijn hoofd dat zegt: ‘er klopt iets niet hoor’. Dan word ik weer terug geslingerd in de ellende. Dan trekt een dikke knoop zich samen in mijn maag en voel ik de tranen achter mijn ogen prikken.

Oh ja. Mijn kind is dood.

Papa en mama zijn een weekje op vakantie. We hebben het mooiste huisje uitgekozen dat we konden vinden, met een sauna en een bubbelbad voor ons alleen. Met een grote ligbank en een stoomcabine, en een luxe keuken met alles er op en er aan. Gisteren zijn we aangekomen, en onze eerste dag was fijn. We hebben boodschappen gedaan voor de barbecue van vandaag en we hebben lekker buiten gegeten. ’s Avonds stapten we in onze jacuzzi, en terwijl we daar heerlijk zaten te bubbelen huppelde er een lief konijntje over het grasveld voor ons huisje. We hoorden niets anders dan de vogels in de bomen, die vrolijke liedjes zongen en van tak naar tak fladderden.

Het was een fijne eerste dag. Maar vanmorgen werd mama wakker met een naar gevoel. Ik had, voor het eerst sinds lange tijd, heel lekker geslapen. De hele nacht door, en zonder enge dromen. Dat maakte me blij en het bracht een glimlach op mijn gezicht toen ik langzaam ontwaakte en me bewust werd van de wereld om me heen. Maar alsof ik heel hard op mijn hoofd geslagen werd was daar ineens dat rotgevoel. Ik krijg het niet meer weg. Ik dwaal door ons vakantiehuisje met een triest gevoel van binnen; het had anders moeten zijn. Vanmorgen vroeg had jij papa en mama wakker moeten maken. Had je enthousiast moeten staan te trappelen naast ons bed. Dan was mama opgestaan en had ze tegen papa gezegd dat hij nog even lekker verder moest dromen. Samen waren we dan naar beneden gegaan, Floris en mama. Lekker spelen in de grote woonkamer en aan de witte design tafel een boterham eten. En als papa dan ook wakker werd, dan hadden we met z’n drieën een heerlijke dag gehad. Dan hadden we gespeeld op het grasveld en mocht jij met je opblaasbandjes ook het bubbelbad in. Dan waren we naar de speeltuin gegaan die even verderop is, en had jij aan papa’s hand over de toestellen geklauterd. Dan was je moe en uitgeput in bed belandt voor je middagdutje. En na een paar uurtjes slapen was het grote feest weer verder gegaan.

In de stilte van ons huisje mis ik je Floris. Het vliegt me aan als ik met een kop warme thee op de bank zit en de kamer in kijk. Je mooie grote foto naast de televisie is het enige dat hier van jou is. Er staan twee kaarsjes voor. Het getuigd van het ongelofelijke onheil dat ons leven heeft veranderd.
In mijn inmiddels bekende blinde paniek buitelen mijn gedachten over elkaar heen. Het is niet oké. Het is helemaal niet oké dat wij hier met z’n tweeën zijn. De angst en de wanhoop vechten in mijn hoofd om aandacht. Ik probeer mezelf rustig te houden en vlieg heen en weer van uiterste naar uiterste. ‘Ik ga papa wakker maken. Het enige wat ik nu wil is tegen hem aankruipen’ denk ik, ‘nee, dat doe ik niet. Laat papa lekker slapen. Ik red me wel,’ denk ik dan weer. Ik ga, ik wil, ik moet, ik kan…….. ik kan het niet. De enige conclusie die overblijft is deze. Ik kan dit niet. Ik wil dit niet. Wie vertelt me hoe ik dit moet doen? Hoe kan een mama leven zonder haar kindje?

Ik kan dit niet. Ik kan dit niet. Ik kan dit niet.

Ik moet het. Er zit niets anders op.

Lieve Floris, was ik maar bij jou.

Weer terug bij af.

Lieve Floris,

Vandaag wil mama overslaan.
Vandaag wil mama in bed blijven liggen en de dag voorbij laten gaan.
Vandaag wil mama niet bestaan.
Maar vandaag moet ik wel bestaan. Vandaag moet ik de hele dag doorkomen in het besef dat het Moederdag is, maar voor mij niet. Moeder zijn zonder jou hier in mijn armen, maakt dat deze dag als een klap in mijn gezicht voelt. De stilte in huis is vandaag nog luider, jouw afwezigheid voel ik iedere minuut.
Mijn verdriet en mijn tranen worden afgewisseld door een stuurse vastberadenheid om me vandaag juist niet zo rot te voelen. Want vandaag wil ik, hoe pijnlijk anders het nu ook voelt, vieren dat ik jou moeder ben. Vandaag wil ik me trots herinneren hoe mooi je was. Hoe fijn het was samen. Vandaag wil ik denken aan de mooie momenten. Aan hoe je ’s ochtends om 5 uur vol energie wakker werd, en in je donkere kamer mooie geluidjes begon te maken. Hoe je smakkende kusjes gaf en hoe breed je lachte als ik je rolgordijn omhoog liet gaan en de zonnestralen je goedemorgen zeiden. Vandaag wil ik denken aan de boekjes die we samen lazen, aan hoe je vol interesse naar de mooie bladzijden keek. Hoe je genoot van mama’s stem die alleen voor jou klonk.
Ik wil denken aan de momenten dat je het uitgilde van plezier als ik op je buik kriebelde. Ik wil denken aan hoe knap het van je was dat je de capuchon van je vest zelf weer omhoog kreeg toen hij voor je ogen was gezakt.
Ik wil denken aan hoe grappig het was toen jij je speelgoed vlinder op je gezicht legde en met een ander speeltje verder ging spelen. Aan hoe je dat hele tijden vol kon houden en aan hoe je de mooiste geluidjes maakte als je zo in de box lag.

Vandaag wil ik beseffen dat ik wel moeder bén, ook al is dat nu niet zichtbaar.
Maar ook de mooie herinneringen laten me met een leeg gevoel achter.
Het had zo anders moeten zijn, maar vandaag ben ik weer terug bij af.
Ik voel je kleine broertje schoppen. Ik zie mijn buik bewegen als hij zijn voetje ergens neerzet. Twee jaar geleden zat ik hier ook zo. Met een dikke buik in een stil huis.
Er was nog geen kindje dat door de kamer stapte of lief aan tafel zat te kleuren. Er was nog geen kindje dat aandacht vroeg en verzorgd moest worden. Er was nog geen kindje… en nu is er weer geen kindje. Wat mis ik je vandaag Floris. Wat mis ik je ongelofelijk erg.

Na mijn zoveelste zee van tranen van vandaag kijk ik weer vastbesloten naar je foto’s aan de muur. Nee. Vandaag wil ik niet huilen. Vandaag wil ik trots zijn op mijn kinderen. Op wie jij bent geweest en op wie je broertje worden zal.
Maar ook als ik daar aan denk stromen de tranen over mijn gezicht. Het was zo ongelofelijk fijn om jou moeder te zijn Floris. Het was zo fijn.
Ik denk weer aan al die mooie herinneringen. Aan hoe we jou in bad deden en hoe je al het water uit het badje trappelde. Aan hoe je zelf vooroverboog als we jou hapjes gaven. Aan hoe je geduldig op je aankleedkussen lag te zingen terwijl mama je broek verschoonde. Aan hoe je in mijn armen lag en heerlijk, rustig dronk. Maar het meest denk ik aan al die keren dat we samen in het grote bed bleven liggen. Hoe we naast elkaar in onze warme pyjama’s naar elkaar lagen te kijken.
Hoe je mijn haren vastpakte en je vinger in mijn oog prikte.
Hoe je naar het plafond staarde en heel hard oooohh riep.
Hoe je naar me toe rolde en je gezichtje in mijn nek verstopte.
Ik denk aan hoe we samen de tijd voorbij lieten gaan alsof er geen wereld bestond.
Jij en ik in het grote bed.
Daar wil ik aan denken vandaag. Dat wil ik voelen in mijn hart.
In mijn hart dat overloopt van liefde en trots. Iedere dag, maar vandaag een beetje meer.
Ik hou van je Floris. Tot de maan en weer helemaal terug.
Lieve Floris en ik

Liefde

Lieve Floris,

Vanmorgen werd mama wakker met een knoop in haar maag.
Ik had over je gedroomd, maar ik kon me niet meer herinneren wat het precies was.
Het gevoel dat bleef hangen was naar. Alsof mij vannacht iets vreselijks was overkomen.
Vanmorgen werd mama wakker en kon ik alleen maar denken aan hoe verschrikkelijk de wereld is. Hoe het leven van mooi en zorgeloos in één moment kan veranderen in akelig en zwart. En in de donkere zwaarte van onze slaapkamer kon ik niets anders dan huilen, huilen en huilen. Ik mis je zo Floris. Ik mis je zo. Ik mis je zo erg dat die woorden de lading niet dekken. Zo erg dat er geen enkel woord is dat ik schrijven kan om te vertellen hoeveel pijn het doet dat jij er niet meer bent.
In mijn buik voel ik je kleine broertje zachtjes schoppen. Hij is er, en met zijn trapjes probeert hij vast en zeker te zeggen dat ik niet bang hoef te zijn. Maar bang is wat ik ten diepste wel ben. Bang dat het nog een keer gebeurt. Bang dat ook jou lieve, kleine broertje straks ziek wordt en zomaar overlijdt. Bang dat we dan twee kindjes te missen hebben.
In mijn radeloosheid vecht ik tegen de liefde die ik voel. Probeer ik tegen te houden dat ik van hem net zoveel ga houden als van jou. Want stel nou dat het nog een keer gebeurt? Ik kan niet nog een keer iemand verliezen waar ik zó, zó veel van houd……
Ik weet heus wel dat ik mezelf voor de gek hou, want wat ik voor jouw broertje voel gaat nu al veel, veel verder dan houden van. Het is de diepe, onuitputtelijke liefde die ik ook voor jou voel. Het is niet tegen te houden, want het knalt aan alle kanten mijn lijf binnen. Als ik zijn zachte schopjes voel, als ik mijn buik zie groeien en groeien, als we zijn hartje horen of zijn gezichtje voor de eerste keer op de echo zien. Wat houd ik ongelofelijk veel van hem. Hem te zien en te voelen maakt eenzelfde gevoel bij me los als in de tijd dat jij nog in mama’s buik groeide. Ik voel de drang om hem te vertellen dat ik voor hem zal zorgen. Ik voel de behoefte om hem te zeggen dat hij nergens bang voor hoeft te zijn. Ik voel een diepe, overheersende kracht die hem wil zeggen dat ik hem voor alles zal beschermen……. Maar de woorden blijven steken in mijn mond. In plaats van ze uit te spreken strijk ik met mijn hand over mijn buik, snik ik mijn laatste tranen en blijf ik stil. Ik kan hem niet beloven dat ik hem zal beschermen, want het leven heeft ons geleerd dat ik dat helemaal niet kan.
Als ik weer een beetje rustig ben geworden is er één gedachte die blijft ronddwalen in mijn hoofd. Er is een hoop dat papa en ik jouw broertje niet kunnen beloven, maar er is één ding dat we absoluut wel zullen doen. We zullen ongelofelijk veel van hem houden. We zullen liefde voelen van onze tenen tot ver boven ons hoofd. We zullen alles voor hem doen wat we kunnen, soms gevoed door angst en verdriet, soms doordrenkt van tranen en gemis en waarschijnlijk altijd vanuit de kwetsbare onwetendheid die we iedere dag ervaren. Maar boven alles vanuit de pure liefde die een papa en een mama voor hun kindje hebben.

Ik heb je lief.

Lieve Floris,

Vandaag denkt mama terug aan een hele bijzondere dag. Een dag nog voordat jij bestond, maar waar het fundament gelegd werd voor de liefdevolle plek waar jij geboren werd. Vandaag denkt mama aan hoe knap jouw papa was in zijn blauwe pak. Aan hoe hij me stralend aankeek toen hij op de Posbank mijn handen vasthield..
Vandaag denkt mama, met diepe, pure liefde in mijn hart aan hoe dankbaar ik voor hem ben. Hoe mooi hij is gebleven, ondanks alle pijn. Of misschien moet ik zeggen; hoe veel mooier hij nog is gebleken toen verdriet rauw ons leven binnen raasde.
Toen we daar stonden, op die mooie dag in september, en elkaar het ja woord gaven wisten papa en mama nog niet tegen welk leven wij ja zouden zeggen. We hadden alleen onze onbegrensde dromen… Hoe anders bleek het te zijn, toen na ruim 2 jaar huwelijk het noodlot al toesloeg. Het vaagde onze dromen weg en onze hoop. Ons vertrouwen en de nuchtere tevredenheid die we tot dan toe als een zegen over ons leven samen hadden ervaren. Op die dag in januari wankelde alles. Jouw lieve, lieve papa zag de grond onder zijn voeten wegvagen. Zag de zekerheid en al zijn kracht verdwijnen.
Wat ben ik dankbaar voor hem. Want ondanks al dat immense verdriet staat hij er nog. Niet meer rotsvast en vol vertrouwen, maar soms klein en kwetsbaar en vol angst voor de toekomst. Juist die kwetsbaarheid die ik mag zien doet mij beseffen hoeveel ik van hem hou. Omdat hij, niet alleen aan mij maar aan de wereld om hem heen, durft te laten zien wie hij is in zijn rauwe rouw. Omdat hij durft te gaan staan en dwars door het woeste landschap van gemis zijn weg probeert te vinden. Hij houdt mijn hand vast. Leidt mij langs de brokstukken van ons leven, behoed me voor de scherpe randen van de massieve rotsblokken van verdriet. En soms doet hij niets anders dan onze weg te staken en zijn grote, sterke armen om mij heen slaan. Als de pijn te veel is, het gemis te groot is. Nooit heeft hij gezegd dat het hem nu even niet uitkwam als ik verdrietig was. Nooit heeft hij gemopperd als ik hem snachts wakker maakte in de blinde paniek van een moeder zonder kind. Nooit heeft hij ook maar één keer gezegd dat ik maar even iemand anders’ schouder moest gebruiken om op uit te huilen.
Altijd staat hij er. Voor mij nog steeds de sterke rots in de branding, juist dwars door zijn kwetsbare verdriet heen. Altijd is hij er. Met zijn sussende woorden, zijn troost, zijn schouder, zijn houvast.
Vandaag denkt mama aan die mooie dag in september. Aan hoe prachtig papa was in zijn blauwe pak. Vandaag denkt mama aan hoe gelukkig ik ben dat hij ja zei tegen mij. Vandaag weet mama wat die ja betekende. Ja, in voor- en tegenspoed. Ja, ik zal er voor altijd voor je zijn. Vandaag weet mama dat onze liefde sterker is dan de rouw. Wat een zegen dat ik papa heb ontmoet. Wat een zegen dat papa jouw papa is. Dat hij zichzelf is, dat ik hem nog steeds herken. Dat hij echt zo beresterk is als ik jou toegefluisterd heb als we samen in de schommelstoel op je kamertje zaten. Wat een zegen dat die dag in september onze getuigenis is van de liefde die er tussen ons voor altijd is.

Dank je wel, lieve papa van Floris, dat ik altijd op je kan bouwen. Ik heb je lief!