Blog

Weer terug bij af.

Lieve Floris,

Vandaag wil mama overslaan.
Vandaag wil mama in bed blijven liggen en de dag voorbij laten gaan.
Vandaag wil mama niet bestaan.
Maar vandaag moet ik wel bestaan. Vandaag moet ik de hele dag doorkomen in het besef dat het Moederdag is, maar voor mij niet. Moeder zijn zonder jou hier in mijn armen, maakt dat deze dag als een klap in mijn gezicht voelt. De stilte in huis is vandaag nog luider, jouw afwezigheid voel ik iedere minuut.
Mijn verdriet en mijn tranen worden afgewisseld door een stuurse vastberadenheid om me vandaag juist niet zo rot te voelen. Want vandaag wil ik, hoe pijnlijk anders het nu ook voelt, vieren dat ik jou moeder ben. Vandaag wil ik me trots herinneren hoe mooi je was. Hoe fijn het was samen. Vandaag wil ik denken aan de mooie momenten. Aan hoe je ’s ochtends om 5 uur vol energie wakker werd, en in je donkere kamer mooie geluidjes begon te maken. Hoe je smakkende kusjes gaf en hoe breed je lachte als ik je rolgordijn omhoog liet gaan en de zonnestralen je goedemorgen zeiden. Vandaag wil ik denken aan de boekjes die we samen lazen, aan hoe je vol interesse naar de mooie bladzijden keek. Hoe je genoot van mama’s stem die alleen voor jou klonk.
Ik wil denken aan de momenten dat je het uitgilde van plezier als ik op je buik kriebelde. Ik wil denken aan hoe knap het van je was dat je de capuchon van je vest zelf weer omhoog kreeg toen hij voor je ogen was gezakt.
Ik wil denken aan hoe grappig het was toen jij je speelgoed vlinder op je gezicht legde en met een ander speeltje verder ging spelen. Aan hoe je dat hele tijden vol kon houden en aan hoe je de mooiste geluidjes maakte als je zo in de box lag.

Vandaag wil ik beseffen dat ik wel moeder bén, ook al is dat nu niet zichtbaar.
Maar ook de mooie herinneringen laten me met een leeg gevoel achter.
Het had zo anders moeten zijn, maar vandaag ben ik weer terug bij af.
Ik voel je kleine broertje schoppen. Ik zie mijn buik bewegen als hij zijn voetje ergens neerzet. Twee jaar geleden zat ik hier ook zo. Met een dikke buik in een stil huis.
Er was nog geen kindje dat door de kamer stapte of lief aan tafel zat te kleuren. Er was nog geen kindje dat aandacht vroeg en verzorgd moest worden. Er was nog geen kindje… en nu is er weer geen kindje. Wat mis ik je vandaag Floris. Wat mis ik je ongelofelijk erg.

Na mijn zoveelste zee van tranen van vandaag kijk ik weer vastbesloten naar je foto’s aan de muur. Nee. Vandaag wil ik niet huilen. Vandaag wil ik trots zijn op mijn kinderen. Op wie jij bent geweest en op wie je broertje worden zal.
Maar ook als ik daar aan denk stromen de tranen over mijn gezicht. Het was zo ongelofelijk fijn om jou moeder te zijn Floris. Het was zo fijn.
Ik denk weer aan al die mooie herinneringen. Aan hoe we jou in bad deden en hoe je al het water uit het badje trappelde. Aan hoe je zelf vooroverboog als we jou hapjes gaven. Aan hoe je geduldig op je aankleedkussen lag te zingen terwijl mama je broek verschoonde. Aan hoe je in mijn armen lag en heerlijk, rustig dronk. Maar het meest denk ik aan al die keren dat we samen in het grote bed bleven liggen. Hoe we naast elkaar in onze warme pyjama’s naar elkaar lagen te kijken.
Hoe je mijn haren vastpakte en je vinger in mijn oog prikte.
Hoe je naar het plafond staarde en heel hard oooohh riep.
Hoe je naar me toe rolde en je gezichtje in mijn nek verstopte.
Ik denk aan hoe we samen de tijd voorbij lieten gaan alsof er geen wereld bestond.
Jij en ik in het grote bed.
Daar wil ik aan denken vandaag. Dat wil ik voelen in mijn hart.
In mijn hart dat overloopt van liefde en trots. Iedere dag, maar vandaag een beetje meer.
Ik hou van je Floris. Tot de maan en weer helemaal terug.
Lieve Floris en ik

Liefde

Lieve Floris,

Vanmorgen werd mama wakker met een knoop in haar maag.
Ik had over je gedroomd, maar ik kon me niet meer herinneren wat het precies was.
Het gevoel dat bleef hangen was naar. Alsof mij vannacht iets vreselijks was overkomen.
Vanmorgen werd mama wakker en kon ik alleen maar denken aan hoe verschrikkelijk de wereld is. Hoe het leven van mooi en zorgeloos in één moment kan veranderen in akelig en zwart. En in de donkere zwaarte van onze slaapkamer kon ik niets anders dan huilen, huilen en huilen. Ik mis je zo Floris. Ik mis je zo. Ik mis je zo erg dat die woorden de lading niet dekken. Zo erg dat er geen enkel woord is dat ik schrijven kan om te vertellen hoeveel pijn het doet dat jij er niet meer bent.
In mijn buik voel ik je kleine broertje zachtjes schoppen. Hij is er, en met zijn trapjes probeert hij vast en zeker te zeggen dat ik niet bang hoef te zijn. Maar bang is wat ik ten diepste wel ben. Bang dat het nog een keer gebeurt. Bang dat ook jou lieve, kleine broertje straks ziek wordt en zomaar overlijdt. Bang dat we dan twee kindjes te missen hebben.
In mijn radeloosheid vecht ik tegen de liefde die ik voel. Probeer ik tegen te houden dat ik van hem net zoveel ga houden als van jou. Want stel nou dat het nog een keer gebeurt? Ik kan niet nog een keer iemand verliezen waar ik zó, zó veel van houd……
Ik weet heus wel dat ik mezelf voor de gek hou, want wat ik voor jouw broertje voel gaat nu al veel, veel verder dan houden van. Het is de diepe, onuitputtelijke liefde die ik ook voor jou voel. Het is niet tegen te houden, want het knalt aan alle kanten mijn lijf binnen. Als ik zijn zachte schopjes voel, als ik mijn buik zie groeien en groeien, als we zijn hartje horen of zijn gezichtje voor de eerste keer op de echo zien. Wat houd ik ongelofelijk veel van hem. Hem te zien en te voelen maakt eenzelfde gevoel bij me los als in de tijd dat jij nog in mama’s buik groeide. Ik voel de drang om hem te vertellen dat ik voor hem zal zorgen. Ik voel de behoefte om hem te zeggen dat hij nergens bang voor hoeft te zijn. Ik voel een diepe, overheersende kracht die hem wil zeggen dat ik hem voor alles zal beschermen……. Maar de woorden blijven steken in mijn mond. In plaats van ze uit te spreken strijk ik met mijn hand over mijn buik, snik ik mijn laatste tranen en blijf ik stil. Ik kan hem niet beloven dat ik hem zal beschermen, want het leven heeft ons geleerd dat ik dat helemaal niet kan.
Als ik weer een beetje rustig ben geworden is er één gedachte die blijft ronddwalen in mijn hoofd. Er is een hoop dat papa en ik jouw broertje niet kunnen beloven, maar er is één ding dat we absoluut wel zullen doen. We zullen ongelofelijk veel van hem houden. We zullen liefde voelen van onze tenen tot ver boven ons hoofd. We zullen alles voor hem doen wat we kunnen, soms gevoed door angst en verdriet, soms doordrenkt van tranen en gemis en waarschijnlijk altijd vanuit de kwetsbare onwetendheid die we iedere dag ervaren. Maar boven alles vanuit de pure liefde die een papa en een mama voor hun kindje hebben.

Ik heb je lief.

Lieve Floris,

Vandaag denkt mama terug aan een hele bijzondere dag. Een dag nog voordat jij bestond, maar waar het fundament gelegd werd voor de liefdevolle plek waar jij geboren werd. Vandaag denkt mama aan hoe knap jouw papa was in zijn blauwe pak. Aan hoe hij me stralend aankeek toen hij op de Posbank mijn handen vasthield..
Vandaag denkt mama, met diepe, pure liefde in mijn hart aan hoe dankbaar ik voor hem ben. Hoe mooi hij is gebleven, ondanks alle pijn. Of misschien moet ik zeggen; hoe veel mooier hij nog is gebleken toen verdriet rauw ons leven binnen raasde.
Toen we daar stonden, op die mooie dag in september, en elkaar het ja woord gaven wisten papa en mama nog niet tegen welk leven wij ja zouden zeggen. We hadden alleen onze onbegrensde dromen… Hoe anders bleek het te zijn, toen na ruim 2 jaar huwelijk het noodlot al toesloeg. Het vaagde onze dromen weg en onze hoop. Ons vertrouwen en de nuchtere tevredenheid die we tot dan toe als een zegen over ons leven samen hadden ervaren. Op die dag in januari wankelde alles. Jouw lieve, lieve papa zag de grond onder zijn voeten wegvagen. Zag de zekerheid en al zijn kracht verdwijnen.
Wat ben ik dankbaar voor hem. Want ondanks al dat immense verdriet staat hij er nog. Niet meer rotsvast en vol vertrouwen, maar soms klein en kwetsbaar en vol angst voor de toekomst. Juist die kwetsbaarheid die ik mag zien doet mij beseffen hoeveel ik van hem hou. Omdat hij, niet alleen aan mij maar aan de wereld om hem heen, durft te laten zien wie hij is in zijn rauwe rouw. Omdat hij durft te gaan staan en dwars door het woeste landschap van gemis zijn weg probeert te vinden. Hij houdt mijn hand vast. Leidt mij langs de brokstukken van ons leven, behoed me voor de scherpe randen van de massieve rotsblokken van verdriet. En soms doet hij niets anders dan onze weg te staken en zijn grote, sterke armen om mij heen slaan. Als de pijn te veel is, het gemis te groot is. Nooit heeft hij gezegd dat het hem nu even niet uitkwam als ik verdrietig was. Nooit heeft hij gemopperd als ik hem snachts wakker maakte in de blinde paniek van een moeder zonder kind. Nooit heeft hij ook maar één keer gezegd dat ik maar even iemand anders’ schouder moest gebruiken om op uit te huilen.
Altijd staat hij er. Voor mij nog steeds de sterke rots in de branding, juist dwars door zijn kwetsbare verdriet heen. Altijd is hij er. Met zijn sussende woorden, zijn troost, zijn schouder, zijn houvast.
Vandaag denkt mama aan die mooie dag in september. Aan hoe prachtig papa was in zijn blauwe pak. Vandaag denkt mama aan hoe gelukkig ik ben dat hij ja zei tegen mij. Vandaag weet mama wat die ja betekende. Ja, in voor- en tegenspoed. Ja, ik zal er voor altijd voor je zijn. Vandaag weet mama dat onze liefde sterker is dan de rouw. Wat een zegen dat ik papa heb ontmoet. Wat een zegen dat papa jouw papa is. Dat hij zichzelf is, dat ik hem nog steeds herken. Dat hij echt zo beresterk is als ik jou toegefluisterd heb als we samen in de schommelstoel op je kamertje zaten. Wat een zegen dat die dag in september onze getuigenis is van de liefde die er tussen ons voor altijd is.

Dank je wel, lieve papa van Floris, dat ik altijd op je kan bouwen. Ik heb je lief!

 

chaos in mijn hoofd.

Lieve Floris,

 

Mama begrijpt er niks van.
Als ik de foto’s van jou op onze computer bekijk, dan snap ik echt niet dat je hier niet meer bent. Dan snap ik niet dat het met jou, zo’n vrolijk en blij mannetje, zo mis heeft kunnen gaan.
Iedere foto die we van je hebben getuigt van hoe mooi en vol levenslust je was. De foto waar je met je handjes in de lucht in je bedje ligt, getuigt van hoeveel zin jij iedere dag weer had om de dag te beginnen. De foto van jouw grote lach, hangend op opa’s schouder, getuigt er van hoe je genoot van zijn aanwezigheid. Hoe blij je werd van aandacht en liefde. Hoe je het uitgilde van pret als er iemand met je speelde. De foto van je eerste hapje, waarbij je mond vol pompoen zit en je tevreden naar de camera kijkt, getuigt er van hoe trots je was dat je ook eindelijk mocht doen wat papa en mama altijd aan tafel deden. Het laat zien hoe groot jij werd. Hoe je de fase van enkel borstvoeding drinken ontgroeide. En dan nog zo’n foto die bewijst dat jij een grote, sterke jongen werd… Je zit bij papa op schoot, in je boxpakje dat eens jouw maat was. Maar nu heb je ineens korte mouwen aan, in plaats van lange. Het broekje komt slechts tot net over je knietjes, je blote benen bewijzen dat je groter en groter werd…

Er was niets met je aan de hand, lieve Floris. Je was een mooie, lieve, fijne knul. Je groeide goed en je ontwikkelde. Je speelde, ontdekte en had plezier. En middenin dat alles moesten we ineens ontdekken dat er in jouw buikje van alles mis was. Zonder dat iemand ons gewaarschuwd had. Zonder dat iemand ons ooit vertelt had dat dit kon gebeuren… Middenin ons fijne, zorgeloze leven stond ineens de tijd voor altijd stil. Ik zie mezelf naar huis rijden in de auto van het werk. Ondertussen bel ik opa en oma. Ik weet dat ik ze ongerust maak, maar ik ben zó bang. Mijn Floris… mijn, lieve, lieve Floris…

Ik zie papa en mijzelf naast je bedje zitten. De artsen zijn druk in de weer met dingen die wij niet begrijpen. Ik voel me zo machteloos… Je bent mijn jongen, je bent mijn kind. Ík wil jou helpen! Ík wil er voor zorgen dat jou nooit iets overkomt. Dat heb ik je beloofd, al ver voordat je geboren werd. Maar het enige dat ik kan doen, is naast je bedje zitten en papa’s hand vast houden. 16 uur lang huilen we, hopen we, bidden we. De angst en de onzekerheid nemen steeds sterker de overhand. We zien onszelf in de familiekamer jouw opa’s en oma’s omhelzen. We appen met je tante over hoe het met je gaat. Als de nacht begint vragen we vrienden en familie, en eigenlijk iedereen die we maar kunnen bedenken om met ons mee te bidden. We vragen kracht en beterschap en nog meer kracht. Bergen kracht hebben we nodig, jij, papa en ik…

Maar ondanks alles gaat het helemaal mis. Tot twee keer toe zien we hoe het leven bijna uit je kleine lijfje glipt. We zitten naast je bedje, papa probeert mijn gezicht in zijn omhelzing te verstoppen. Hij wil me beschermen tegen de ellende die zich in de kamer afspeelt. Hij wil me beschermen tegen de pijn en het verdriet. Maar ik wil het zien. Omdat dat het enige is dat ik voor je kan doen. Bij je zijn en met je mee lijden. Tot twee keer toe vecht jij je terug, kom je na een reanimatie weer terug op de wereld. Eén keer kom je zelfs weer even bij bewust zijn. Mama ziet je oogjes langzaam bewegen, ik zie een vingertje aan je hand een kleine beweging maken. “Hij beweegt!”, vandaag hoor ik de hoop in mijn stem. Zie ik weer hoe ik me vastklamp aan die kleine strohalm. Floris komt bij, zie je wel… het komt allemaal alsnog weer goed.

Op mijn computer zie ik een filmpje voorbijkomen waarop jij omrolt op de bank. Ik hoor mijn enthousiaste geroep. “Goed zo Floris! Jaaaa! Goed zo!” Ik hoor mijn enthousiaste, pure blijdschap. Maar even later hoor ik weer mijn gebroken stem die in de familiekamer tegen de arts uitroept dat ik nu naar Floris toe wil. Hij heeft ons net vertelt dat jij het niet zal redden. Ik zie weer hoe de arts mij tegen moet houden als ik worstel om bij je te komen. Nee! Ik wil bij jou zijn. Je hebt je mama nodig. Je hebt je papa nodig… Je gaat dood. Wie anders moet er nu nog bij je zijn.

Ik zie je vrolijk spelen in de box. Ik zie je opgetogen in de maxicosi zitten met je oranje winterjas aan. Ik zie je aan het infuus liggen en keihard vechten voor je leven. Ik zie je in mijn armen liggen en vol verwachting naar me kijken. Ik zie hoe jij je tong uitsteekt als ik dat ook doe. Ik voel de kusjes die papa je geleerd heeft te geven. Ik zie de verpleegkundige stil en geruisloos de apparaten afkoppelen. Ik zie mijn diepe, diepe ellende. Ik zie je in onze armen liggen, stil en zwaar. Zodra de apparaten uit gaan stopt jouw hartje met kloppen. Je bent op de plek waar je hoorde te zijn, in papa en mama’s armen. Maar ik begrijp het niet lieve jongen, ik begrijp het allemaal niet.

Hoe kon jij nou?

Er was niets aan de hand…

Niet te stoppen.

Lieve Floris,

Vandaag leest mama alle brieven terug die ze het afgelopen jaar aan jou geschreven heeft. Ik lees van de kleine lichtpuntjes, die papa en ik vonden in elkaar, in mensen om ons heen en in de fijne, verwarmende herinneringen aan jou. Ik lees het prachtige nieuws dat jij de wereld in mijn laatste brief mocht brengen. Ik strijk even met mijn hand over mijn buik, voel de lichte bolling die jouw broertje of zusje veroorzaakt. Ik denk dat ik er troostend mee wil zeggen dat hij of zij zich niet ongerust hoeft te voelen. Ik denk dat ik wil zeggen dat je broertje of zusje niet verdrietig hoeft te zijn daar binnen…. Want in het afgelopen uur las ik ook de brieven over de diepe, diepe radeloosheid. Over de pijn die niet te dragen is. Over het gemis dat voor ons hele leven is. Bang en kwetsbaar besef ik dat de tijd niets veranderd heeft. Zo ontworteld en eenzaam als in mijn eerste brief voel ik me nog steeds. Je kind verliezen, het is geen pijn waar je mee om leert gaan. Het is geen verdriet dat slijt of een plekje vindt. Het is iedere dag opnieuw niet te dragen. Het  is iedere dag opnieuw een gevecht. Ik wou dat ik de mensen uit kon leggen hoe dit werkelijk voelt. Dan zouden sommigen er niet zo argeloos aan voorbijgaan. Dan zou er meer begrip zijn, ook nu het al langer dan een jaar geleden is dat jij overleden bent. Ook nu er nieuw leven op komst is, en er die rare wisselwerking is tussen pijn, blijdschap, angst en hoop. Tussen niet verder willen leven en beseffen dat er vanaf nu nóg iemand is die onze liefde en toewijding verdiend. Als ze zouden kunnen voelen wat ik voel, dan zouden ze niet denken dat mijn lach een volle lach is. Dan zouden ze stil worden en zich ineens beseffen hoe kortzichtig het van ze was om te denken dat ons rouwen ‘nu wel ongeveer klaar zou zijn’. In mijn bittere boosheid wens ik dat ze het allemaal eens voor 5 minuten zouden voelen. “En dan eens kijken wie er daarna nog overeind staat!” denk ik er kwaad achteraan. Mijn boosheid overspoelt me weer eens, het schakelt ieder fatsoenlijk denken uit dat in mij bestaat. Het laat me ongenuanceerde, botte gedachtes schrijven. Omdat het ontstaat door het onbedoelde onbegrip dat ik alsmaar voel. Omdat het zich opstapelt met ieder moment dat ik die stekende eenzaamheid weer voel als iedereen blij is en denkt dat ik dat ook wel weer kan zijn. Omdat het nooit meer weggaat. Nooit meer betekent niet dat ik over 5 minuten de wereld wel weer aan kan. Nooit meer betekent niet dat het na 13 maanden dragen ineens wel te doen is. Nooit meer betekent echt nooit meer.
De wetenschap dat de mensen om ons heen het niet met opzet doen helpt me niet. Natuurlijk weet ik dat ook wel. Natuurlijk snap ik dat niemand echt zou kunnen voelen wat een ouder zonder kind iedere dag doorstaat. Ik neem het ook niemand kwalijk, en daarom helpt het geen snars te weten dat niemand het expres doet. Want ondanks alle goede bedoelingen word mijn pijn tóch groter als mijn omgeving argeloos voorbijgaat aan mijn verdriet. Word mijn eenzaamheid tóch zichtbaarder doordat niemand jouw naam meer noemt. Doordat ze schrikken en verstijfd op hun stoel blijven zitten als wij jouw naam wel noemen. Alsof ze stilletjes wachten tot het over gaat, zodat het ons minder pijn doet. Ondanks alle goede bedoelingen maakt het ‘gewone leven’ mij alsmaar pijnlijk duidelijk dat ik niet meer mee mag doen. Ondanks dat hele lange leven dat misschien nog voor mij ligt, ondanks de mooie dingen die nog komen gaan. Voor ons is nooit meer iets gewoon. En dat maakt me eenzaam en verdrietig en niet te stoppen zo boos…