Blog

Geluk

Lieve Floris,

Het leven blijft mij steeds maar opdringen dat het leuk moet zijn. Steeds weer legt de wereld om mij heen me op dat ik moet genieten. Dat ik dankbaar moet zijn voor alle mooie dingen die ik heb. Keer op keer hoor ik mensen zeggen dat het nu allemaal weer goed is. En hoe erg ze het me gunnen dat ik het geluk weer gevonden heb.
Maar ik bén niet gelukkig. Het feit dat niemand om mij heen dat lijkt te snappen maakt dat gevoel alleen maar groter. Ik voel me eenzaam. En elke dag die verstrijkt wordt ik eenzamer en eenzamer. Hoeveel woorden ik ook gebruik en hoe vaak ik mijn tranen ook laat zien aan de wereld om mij heen; ze zullen het nooit begrijpen.
En dus verstommen mijn woorden en drogen mijn tranen op al voor ze over mijn wangen rollen. Ik zet mijn masker op en speel het spelletje dat de wereld zo graag wil zien; ik lach en doe gelukkig.
En natuurlijk, de komst van jouw kleine broertje maakt de dagen meestal lichter. Hij brengt een glimlach op mijn gezicht en vult mijn rouwende hart met liefde. Zo veel liefde dat mijn hart er zelfs van overstroomt. Maar waar het om gaat is dat dat hart voor altijd gebroken blijft. De scheuren die er in zijn gekomen kan David nooit van zijn leven meer lijmen. Ik blijf voor altijd zitten met dit gebroken, pijnlijke moederhart.
Van tijd tot tijd brengt mij dat dit soort dagen. Dagen waarop ik niet meer kan. Dagen waarop ik op ben. Uitgeput. Omdat ik overzie hoe lang het nog gaat duren. Hoe lang ik mezelf nog door de dagen heen moet slepen en geacht wordt het leven te leven; voor altijd. Tot dat ik zelf dood ga. Op dagen als deze lijkt dat een onmogelijke opgave. Ik kan dit niet meer. Ik kan dit niet meer en ik wil het niet meer. En iedereen die denkt iets troostends te kunnen zeggen moet zich op dagen als vandaag ver van mij houden. Je kunt mij niet troosten. Mijn kind is dood. Er is niets dat je kunt zeggen dat mijn hart zal helen. Er is niets. En dat besef komt elke dag weer bij mij binnen.
Hoeveel fijne, leuke dagen er in de toekomst ook nog zullen volgen, hoe mooi de dag van morgen ook zal zijn… Mijn. Kind. Is. Dood. Dat is waar het altijd op terugkomt. En het maakt dat geen enkele dag meer écht mooi kan zijn. Dat geluk nooit meer geluk kan zijn. Dat eenzaam echt heel, heel eenzaam is.

Ik ben niet gelukkig. Ondanks de mooie, liefdevolle man die naast mij staat. Ondanks de prachtige zoon die ik wel in mijn armen heb. Ondanks mijn lieve ouders, schoonouders, zus en schoonzusje die er voor mij willen zijn. Ondanks mijn lieve vriendinnen die me niet vergeten zijn. Ondanks alle mooie dingen in het leven waar ik ongelofelijk dankbaar voor ben… Ik ben niet gelukkig. Ik ben eenzaam en bang en verdrietig. Ik ben alleen in mijn pijn.
Zeg me vandaag niet dat het morgen misschien weer beter gaat. Zeg me niet dat dit gevoel weer naar de achtergrond verdwijnt als ik straks de stralende lach op Davids gezichtje zie. Zeg me niets. Want mijn kind is dood.

 

 

 

Het is zo ver

Lieve Floris,

Al drie keer ben ik opnieuw begonnen met schrijven. Steeds weer haal ik de woorden weg die op mijn scherm verschijnen. Ik weet niet goed hoe ik het zeggen moet. Ik vind de woorden niet die passen bij deze dag. Het is een vreemde dag.
Vandaag zijn David en jij…
Vandaag is David…
Jullie zijn precies even oud vandaag.
Dat kan niet, maar het is toch zo. Jij bent zijn grote broer. Ruim twee jaar eerder werd jij geboren, maar vandaag is David net zo oud als jij voor altijd blijft.
Als ik de woorden teruglees die inmiddels op mijn scherm blijven staan begrijp ik het niet. Mijn hoofd kan niet rijmen dat het zo is. Mijn jongens. Mijn lieve, lieve jongens. Floris, onze oudste. En David, zijn kleine broertje.
Het hele weekend voel ik bij vlagen een knoop in mijn maag. Gisteravond, zo rond de klok van 19:30 uur, voelde ik de spanning stijgen. Ergens verwacht ik half dat het nu met jouw broertje ook mis gaat. Het is een onwillige gedachte die papa en ik door het leven aangeleerd hebben; baby’s worden vijf-en-een-halve maand oud. En dan gaan ze dood.
De wereld kan me nog zo veel zeggen. De wereld kan nog zo hard roepen dat dat natúúrlijk niet nog een keer gebeurt. Maar die boodschap is niet aan mij besteedt. Het gebeurde al één keer te veel.
David heeft ondertussen nergens last van. Hij speelt vrolijk in de box. En als hij wat begint te jammeren pakt papa hem op en spelen ze samen verder op de bank. David kan al zitten, en hij duikt vrolijk op alles af wat hem interessant lijkt. David kan al omrollen van zijn buik terug naar zijn rug. Zodra we hem op zijn buikje leggen zwaait hij zijn arm naar achteren en zet zich met zijn voetje af. Hopla! Dan ligt hij zo weer op zijn rug.
In de afgelopen maanden hebben we een hoop ‘Oh ja!’ momentjes gehad. Van die momenten waarop David iets nieuws deed, en papa en ik ons herinnerden dat jij dat twee jaar eerder ook deed. Maar David is een heel ander kind. Hij laat zich graag vermaken, waar jij ook prima een tijdje zelf kon spelen. Hij heeft een favoriet speeltje, en dan is hij er zo ineens op uitgekeken. Terwijl jij alles in jouw korte leventje met je speelgoedleeuw beleefde. Als we voor David zingen kijkt hij ons even beleefd tevreden aan. Maar al snel laat hij zich afleiden door de plant die in de kamer staat, of de buurman die voor het raam langs loopt. Met een glimlach denk ik terug aan hoe het was om voor jou te zingen. Als de eerste tonen van het liedje klonken ontstond er een grootse lach op jouw gezichtje. En die bleef. Toen je wat ouder werd begon je op je eigen manier mee te zingen. Met de liedjes die we voor jou zongen als we samen op de bank plezier maakten, en ook met het slaapliedje waarmee we het ritueel van naar bed gaan in gang zetten.
Vandaag denk ik aan hoe verschillend jullie zijn. En hoe ik nooit zal weten hoe dat verder zou zijn gegaan. Vanaf morgen is alles anders, dan is je kleine broertje groter dan jij ooit zult zijn. Dan groeit hij verder en leert hij nieuwe dingen. Vanaf morgen is alles nieuw; dan hebben papa en ik een jongetje van méér dan vijf-en-halve maand oud.
Vandaag…
Vandaag zijn jullie even oud.
Precies nu, op dit moment, om 14:45 uur in de middag……..
In jouw leventje hield het hier en nu op. Je lag in onze armen. Je lag er, maar je was het niet meer. Het ziek zijn en de medicijnen hadden jou veranderd. Jij was het, maar papa en ik zagen niet dat blije mannetje dat je alle dagen daarvoor geweest was. Je lag stil in onze armen. De zuster drukte wat knoppen in en het werd stil. Heel, heel erg stil.
Straks geeft de klok 14:46 uur aan. Dan is de eerste, nieuwe minuut voorbij. Dan is David ouder en groter. Maar jij, lieve, kleine Floris… Jij zult altijd zijn grote broer zijn.
We houden van jou tot de maan en weer terug.

Vandaag

Lieve Floris,

Toen jij nog in mama’s buik zat groeide er in mijn hart een grote wens. Als ik dacht aan het moederschap, en aan de tijd die wij later samen zouden doorbrengen, dan stelde ik me dit als ideaalbeeld voor. Jij en ik samen op de fiets. Fietsend door de weilanden, jij vrolijk kletsend voorop en ik genietend van het zonnetje al trappend door de wind.
Ik wilde de wereld met je verkennen. Ik wilde overal met je naartoe gaan. Samen fietsend. Floris en mama. Samen genietend.
Op 12 januari kreeg ik een fietsstoeltje van papa. 10 dagen later was jij dood.
Ik kan het niet anders opschrijven dan zo hard als het was. Je ging dood. Nog voor je in je fietsstoeltje kon zitten en samen met mij op ontdekkingstocht kon gaan. Twee jaar lang heeft het stoeltje me verdriet gedaan. Iedere keer dat ik het zag brak mijn hart opnieuw. Ik wilde zó graag…
Vandaag was een bijzondere dag. Vandaag zette papa het stoeltje voor op mijn fiets. Vandaag mocht ik dan eindelijk……… Maar ik fietste niet met jou.
Ik had gedacht dat de tranen van gemis over mijn wangen zouden stromen, bij elke meter die ik met je kleine broertje door het dorp zou trappen. Maar ik voelde slechts een glimlach van oor tot oor. Ik fiets! Met mijn kind. We fietsen samen, en wat genieten we.
Het was precies zoals ik het me voorgesteld had, toen jij nog in mijn buik groeide. David kraaide van plezier en brabbelde er vrolijk op los. Hij keek verbaasd om zich heen en ik zag dat hij genoot. En mama? Genieten is niet het juiste woord. Liefde voelde ik, voor mijn kindje voor op de fiets. En voor mijn kindje op de begraafplaats waar we langs fietsten. Zachtjes fluisterde ik je toe “Dit had ik graag met jou gedaan Floris…”
Maar vandaag fietste ik met David. Twee rondjes door het dorp, en met een gigantische glimlach weer terug ons tuinpad op. Vandaag voelde ik geluk vanuit mijn tenen tot mijn kruin. Wat was het fijn! Maar wat mis ik je ongelofelijk Floris. Vandaag had twee jaar eerder moeten zijn. Maar eindelijk, eindelijk, eindelijk…….. Vandaag fietste ik met mijn kind voor op de fiets. Fietsen met David

Ik ben altijd dichtbij jou

Lieve, lieve David,

Vandaag wil ik jou vertellen hoeveel ik van je houd. Vandaag wil ik je bedelven onder mijn kusjes en je mijn warme knuffels geven. Vandaag wil ik met je dansen, voor je lezen en liedjes met je zingen. En weet je wat het mooie is? Dat kan ik allemaal. Vandaag kan ik van ’s morgens vroeg totdat je straks naar bed gaat van je genieten. Je maakt mijn hart warm en je geeft me de grootste, meest stralende glimlach op mijn gezicht die er maar bestaat. Je laat me genieten. Maar meer dan wie ook op de wereld besef ik dat ik je dicht bij me moet houden. Meer dan wie ook op de wereld voel ik heel diep van binnen dat ik geen seconde voorbij kan laten gaan zónder van je te genieten. Want vandaag wil ik ook Floris vertellen hoeveel ik van hem houd. Vandaag zou ik hem willen bedelven onder mijn kusjes en hem mijn warme knuffels willen geven. Vandaag wil ik met jou én Floris door de kamer dansen, voor jullie lezen en samen de mooiste liedjes zingen. Maar dat kan ik niet.

En daarom voel ik, als ik naar je kijk terwijl je tevreden en vol verwachting op mijn schoot ligt, de pijn van het gemis. Voor mijzelf, omdat ik Floris’ mama ben en dat niet kan zijn. Maar ook voor jou, lieve David. Omdat je Floris’ broertje bent, maar hem niet mag kennen.
Daarom dans ik met nog meer liefde, lees ik op mijn mooiste toon je boekjes voor en zing ik met nóg meer overgave. Ik wil je alles geven en meer. Omdat je al zoveel missen moet.

Vandaag zing ik liedjes voor je, en jij geniet met volle teugen. Je zingt op je eigen wijze mee, lacht eens lief naar me en maakt dan weer een leuk geluidje. Onbewust zoek ik in de lange lijst met kinderliedjes naar een heel bijzonder liedje. Als ik het voor je zing voel ik een brok in mijn keel, en langzaam glijdt een traan uit mijn ooghoek over mijn wang. Je wordt stil. Je kijkt me aan met grote, vragende ogen. Ik wil dat je weet dat alles uit dit liedje waarheid is. Ik wil dat je weet dat jij, ondanks dat je hier alleen bent, nooit maar dan ook nooit alleen hoeft te zijn. Jij hebt een grote broer. En zoals Pip vol vrolijkheid voor Woezel zingt, zo is het echt lieve David.

Als straks de morgen komt,
de zon weer boven komt,
dan ben ik altijd dicht bij jou

 Zelfs als er wolken zijn,
voel ik de zonneschijn,
want ik ben altijd dicht bij jou

 Als er soms regen is,
het even tegenzit
dan ben ik altijd nog bij jou

Raad eens hoeveel ik van je hou

‘Grote Haas, kom eens hier met je oren.

Ik moet je iets héél belangrijks vertellen…..’

Het zijn de woorden van jouw verhaal. Het verhaal dat vertelt hoe ongelofelijk veel we van je houden. We lazen het samen wel honderd keer, en toen je plotseling ineens niet meer bij ons was las mama het boekje voor tijdens jouw afscheidsdienst. Het is jouw verhaal. Hazeltje en Grote Haas staan op het monumentje van jouw graf. Hun knuffels liggen in je kast. Raad eens hoeveel ik van jou? Tot de maan en weer helemaal terug…
Dit zijn jouw woorden. Ze staan op de vele bordjes, kaartjes, slingers en sleutelhangers die papa en mama van mensen kregen nadat jij was overleden. Tot de maan en weer terug, mama heeft jouw blog zo genoemd, en op de stralend blauwe omranding van je graf staan de woorden weer. Dit zijn jouw woorden…
Vanavond slaat mama voor het eerst sinds jouw begrafenis het boekje weer open.
David zit op schoot, kijkt verwachtingsvol naar de mooie tekeningen van Hazeltje en Grote Haas. Net als jij probeert hij de bladzijden in zijn mond te stoppen. Hij luistert, af en toe maakt hij een geluidje om te laten weten hoe mooi hij het vindt. En net als twee jaar geleden rollen de tranen over mama’s wangen. Net als twee jaar geleden vertel ik met een brok in mijn keel hoe ver mijn liefde reikt.
Mijn liefde gaat zo hoog als ik kan springen.
Mijn liefde gaat tot ver over de rivier. Over de heuvels en nog veel, veel verder.
Mijn liefde gaat helemaal tot in mijn tenen.
Mijn liefde gaat tot aan de maan. En van de maan weer helemaal terug…

Wat had ik je graag nog écht willen vertellen hoe waar dat is.
Wat had ik graag gewild dat vandaag een doodgewone dag was.
Maar vandaag stonden we aan jouw grafje.
Met je opa’s en oma’s en je ooms en tantes. Met je nichtje die jij nooit gekend hebt. Met je kleine broertje dik ingepakt in de kinderwagen. Vandaag stonden we aan jouw grafje, legden we bloemen neer en staken we kaarsen aan. En ik kan het nog steeds niet bevatten, lieve Floris. Het is jouw grafje waar we bij staan. Het is jouw lichaampje dat daar in de koude grond ligt. En de hele gewone woorden van een lief kinderboek zijn zomaar ineens jouw woorden geworden. Het is echt waar.
Vandaag is het twee jaar geleden dat jij dood ging.
Het doet pijn. Het gemis wordt niet minder, en er is niets dat de pijn verzacht.
Op volle sterkte knalt het verdriet nog alle dagen ons hart binnen.
Op volle sterkte voelen wij dag in dag uit hoe leeg het is.

Vandaag las ik je boekje aan je kleine broertje voor.
Om met hem stil te staan bij de broer die hier niet meer is.
Vandaag wil ik maar één ding zeggen, lieve Floris.
Ik mis je, tot de maan en weer helemaal terug.