Blog

Spreek niet van vergeten

Lieve Floris,

Aan de muur in onze woonkamer hangen vijf prachtige foto’s. Foto’s van jou. Waar je blij en vol verwondering de wereld in kijkt. Waar je tevreden op mama’s schoot zit met je handjes netjes gevouwen. Waar je de allergrootste lach laat zien die ik ooit gezien heb. Vijf foto’s van jou, onze lieve, lieve Floris.

Tussen de foto’s hangt een schilderijtje met een tekst. Mama tekent iets, schrijft er wat bij en hangt het tussen de foto’s van jou. Op dit moment hangt er, hoe kan het ook anders, een songtekst van Bløf.

Spreek niet van vergeten,
spreek niet over tijd.
Spreek niet over later,
want later ben ik kwijt.

In de verbittering om jou gemis is dat wat ik ten diepste voelde toen ik het schilderijtje maakte en ophing. Niemand hoefde me te vertellen dat de tijd wonden heelt, dat er altijd weer een later is hoe donker de nacht ook voelt. Niemand hoefde me dat te vertellen, want voor mij en voor papa was dat nooit meer de waarheid.
Nu zit mama in de kamer en kijk ik vol vertwijfeling naar het schilderijtje. Met jouw broertje is er ineens wel weer een ‘later’ gekomen. Nu David er is, is er weer een toekomst. Zijn er weer dromen die we voor hem dromen. Het maakt me in de war. De dag dat jij naar de Hemel moest gaan is in mijn hoofd voor altijd de dag dat de zon ophield met schijnen. Maar nu dringen de zonnestralen tóch weer door het dikke wolkenpak heen. Hoe kan dat? En vooral, wat moet ik er mee?

Van binnen woedt een strijd tussen de liefde en blijdschap om David en de liefde en het verdriet om jou. Ik wil niet dromen over een toekomst zonder jou, en tegelijkertijd wens ik David het allermooiste leven toe dat ik me voor kan stellen. Ik wil vasthouden aan het verdriet en de pijn die ik voel, omdat ik zo een heel klein beetje vast kan houden aan jou, maar tegelijkertijd voel ik zoveel blijdschap als ik je kleine broertje in mijn armen wieg. Als ik zie hoe hij groeit en ontwikkelt. Hoe hij elke dag weer nieuwe dingen kan. Met zijn aanwezigheid komen mijn wensen weer terug. Wat zou ik graag, als hij straks oud genoeg is, met hem fietsen gaan. Maar alleen de gedachte al brengt de tranen terug in mijn ogen. Ik wilde met jou fietsen. Ik wilde met jou de wereld verkennen en je alle mooie dingen laten zien die onze omgeving te bieden heeft. En dus fluistert een gemeen stemmetje me altijd weer in dat ik beter niet dromen kan. Misschien klopt de tekst dan toch, die aan de muur van onze woonkamer prijkt. Spreek niet over later, want later bén ik kwijt. Ik durf niet meer te dromen, ik durf geen toekomst meer voor me te zien en me geen beeld te vormen van wat het leven ons te bieden heeft. Ik durf niet na te denken over alle leuke dingen die ik samen met David kan ondernemen. Ik durf niet te fantaseren hoe hij groter zal groeien en groter zal groeien…
De dagelijkse, verlammende angst maakt dat ik ondanks dat er weer een later is, later voor altijd kwijt ben.

Beschuit met blauwe muisjes

Lieve iedereen,

Afgelopen donderdag, 13 september, is er iets bijzonders gebeurd.
Na lang wachten was het dan eindelijk zo ver!
Om 11:03 uur is mijn kleine broertje David geboren..
Wat ben ik een trotse grote broer,
maar wat had het anders moeten zijn.
Ik had ongeduldig door de ziekenhuisgang moeten rennen om bij hem en mama op bezoek te gaan.
Ik had hem trots aan iedereen moeten laten zien.
Ik had papa moeten helpen toen mijn broertje gisteren voor het eerst in badje ging.
Ik had hem zachtjes en liefdevol over zijn hoofdje moeten aaien.

Maar dat kan ik niet.
Papa en mama zijn blij, trots en dolgelukkig.
Papa en mama zijn verdrietig en de tranen vloeien rijkelijk.
Tranen van gemis.

Mijn broertje draagt mijn naam.
Hij heet David Floris Antonie.
Zodat hij nooit hoeft te vergeten dat ik zijn grote broer ben.
Dat ik er was, voordat hij in mijn bedje lag.
Voordat hij mijn kleertjes droeg en voordat hij in papa en mama’s armen troost vond.
Ik was er, en voor papa, mama en David zal ik er altijd bij zijn.

Wat ben ik trots! Ik ben grote broer.
Veel liefs, Floris

Omdat dit liefde is…

Liefste Floris,

Binnenkort zijn papa en mama alweer vier jaar getrouwd. Op 19 september vieren we samen dat we ja zeiden tegen elkaar. Tegen een heel leven samen. De afgelopen weken is mama druk bezig geweest met een fotoboek, want net als twee jaar geleden kan ik dat dit jaar niet van het laatste moment laten afhangen. Twee jaar geleden schreef ik in het fotoboek dat er iets groots te gebeuren stond. Groots was het, toen jij geboren werd, en groots zal het ook dit jaar zijn als je kleine broertje op de wereld komt.
Maar wat een immens verschil zit er tussen nu en vroeger.
Vandaag bladerde mama door alle fotoboeken die ik in de afgelopen acht jaar gemaakt heb voor papa. Eerst om de dag dat wij verkering kregen te vieren, later om terug te denken aan die prachtige septemberdag in 2014. Ik proef de blijdschap en de liefde in iedere bladzijde die ik om sla. Ik voel weer wat ik voelde toen ik de lieve woorden opschreef die ik destijds voor papa had. Ik weet dat ik meende wat ik zei.
Vandaag blader ik door die boeken en voel ik dankbaarheid en pijn.
Wat ben ik blij dat ik nog steeds kan zeggen dat alles wat er in die fotoboeken staat waarheid is. Dat jouw papa mijn rots in de branding is, dat ik geniet van zijn puurheid en zijn oprechte zijn. Dat we samen een team zijn, op elk moment.
Maar wat doet het ook pijn te weten dat die eenheid die wij samen hebben zo ongelofelijk op de proef is gesteld. In alle fotoboeken vóór 2017 voel ik de naïviteit van iemand die niet wist wat het leven te bieden had. En in al die boeken schrijf ik hetzelfde; dat ik vertrouwen heb in het leven, met papa aan mijn zijde. Telkens weer schrijf ik er achteraan dat ik daarmee niet bedoel dat ik ervan overtuigd ben dat ons leven zonder verdriet en ongeluk voorbij zal gaan, maar dat ik ondanks dat toch vertrouw op de liefde die wij samen hebben. Voordat jij stierf schreef ik dat de liefde tussen papa en mama ieder ongeluk en elk verdriet aan zou kunnen. Ik schreef dat welke pijn er ook in ons leven zou komen, ik één ding zeker wist; met jouw papa aan mijn zijde kon ik iedere storm aan.
Voorzichtig loopt er een traan over mijn wang. Het is de waarheid gebleken, maar lieve, lieve Floris, wat had ik graag gehad dat ik dat niet geweten had. Wat had ik duizend keer liever nog 2 naïeve fotoboeken aan de collectie toegevoegd. Dan hadden wij vandaag samen aan de keukentafel zitten knutselen. Dan mocht jij ook wat moois maken voor papa, en schreef ik daar een romantische, kneuterige liefdesbrief bij waarin ik vertelde hoe trots ik ben op de geweldige vader die papa voor jou is.
Gelukkig kan ik dat nog steeds doen, want ondanks alles is dat overeind gebleven. Jouw papa is een geweldige man, een lieve vader en een prachtig mens. Onze liefde is oersterk, dat weet ik vandaag nog beter dan vroeger.
Ons aankomende jubileum en de voorbereidingen die ik daar vandaag voor mag treffen maken me tegelijkertijd blij, dankbaar en gelukkig & verdrietig, gebroken en klein.
Misschien is dat de echtheid van het leven, en mag ik dankbaar zijn dat wij inmiddels weten dat het bestaat; pure, alles doorgrondende liefde.
Het maakt dat ik vandaag weer een fotoboek kan maken. En dat ik net als alle voorgaande jaren bladzijden vol met lieve, verliefde brieven schrijven kan.
Het maakt dat dit fotoboek het bewijs zal zijn dat al die voorgaande boeken niet zomaar wat zeiden. Want vandaag de dag weet ik écht zeker; wat er ook gebeuren zal, de liefde zal er zijn. Ondanks de stormen in ons leven, die heel veel groter zijn gebleken dan ik ooit had kunnen bedenken. Een traan van dankbaar besef dat wat ik voel liefde is.

De wereld heeft het goed gemaakt…

Het is eenvoudig om te weten,
wat je doen moet als je omvalt.
Maar het is beter als je voelt
dat je veilig neer kunt komen,
omdat iemand je wel opvangt.
En zo is het ook bedoeld. 

Lieve Floris,
Papa en ik waren afgelopen week de wanhoop nabij. We wisten het niet meer, konden het niet meer en hadden de kracht niet om te zoeken naar de wil om door te gaan.
Op het allerdiepste punt schreef mama wat er op haar hart lag.
De wereld gaf antwoord.
Wat is het fijn om te voelen dat er mensen opstaan als je zelf niet meer kunt. Wat voelt het goed om gedragen te worden als je even niet meer weet hoe je de ene voet voor de andere zetten moet.
Zo waren er afgelopen week een hele hoop mensen die van zich lieten horen. Die kracht en troost probeerden te geven, ook al hadden ze niet de woorden. Ze stuurden berichtjes, of liedjes om hoop uit te putten. Ze kwamen langs met bloemen en een lieve groet. Ze belden en lieten zo weten dat wij in hun gedachten waren.
Aan het einde van de week zat mama met een kop thee aan tafel. Ik luisterde naar de muziek die ik het liefste hoor en dacht na over de afgelopen dagen. Daar gaf Bløf mij de woorden die ik zelf niet vinden kon, voor het overweldigend goede gevoel dat al die lieve mensen ons gegeven hebben. Papa en ik, wij kunnen het zelf uitzoeken en onze eigen boontjes doppen. We weten inmiddels dat we na een tijdje wel weer opstaan als we omvallen. Maar zo veel fijner is het om op dagen als deze te beseffen dat dat niet hoeft. Er zijn mensen die ons opvangen, dus we kunnen ons gerust laten vallen. Een grotere troost dan dat kan er niet zijn.

Naast dankbaarheid voelt mama dat er nog wat anders is dat ik uit moet spreken. Want ik besef dat ik veel mensen heb laten schrikken de afgelopen week. Mijn pure, rauwe gevoel heeft wat te weeg gebracht, en dat begrijp ik best. Inmiddels weet ik zelf hoe het gaat, weet ik dat er altijd weer zo’n diep, donker dal op de loer ligt. Inmiddels weet ik dat hoe blij en dapper ik de ene dag kan zijn, geen garantie is voor de dag die volgt. Maar hoe moet de wereld dat weten, als zij niet voelen wat ik voel?
Schrijven helpt mij om met mijn allerzwartste gevoelens te dealen. Het geeft me lucht en ademruimte, en al voor er ook maar één letter op Floris’ site staat is er al een hele grote last van mijn schouders af gevallen. Tegelijkertijd is dat pas het moment dat het bij de mensen om mij heen binnenkomt, en dat laat de allerdierbaarste mensen om mij heen schrikken. Vandaag voel ik dat ik ook wil zeggen; maak je geen zorgen. 
De rouw, de pijn, het oneindig grote verdriet hoort bij mij. Soms laat ik dat ruw en zonder filter de wereld in knallen, omdat ik het alleen niet meer houden kan. Het is fijn om de vrijheid te voelen om dat te doen; omdat dit de enige manier is die voor mij echt werkt. Het is fijn om te voelen dat ik met mijn schrijven mensen raak, om de betrokkenheid te voelen van zoveel verschillende mensen. Mensen heel, heel dichtbij, mensen die verder weg staan en die ik af en toe spreek, en ook mensen die ik helemaal niet ken. En dus wil ik zeggen; dank je wel. Dat jullie me laten zijn wie ik ben in mijn rauwe rouw. Dat ik me zonder twijfel kan laten vallen, omdat ik weet dat ik in jullie armen veilig neer kan komen.

Laat er leegte zijn

Lieve Floris,

Vandaag is een dag waarin alles door elkaar loopt. Blijdschap, geluk, vrolijkheid, angst, pijn, leegte, gemis. Diepe, diepe ellende. Radeloosheid. Woede. Alles overheersende woede. Vandaag voel ik alles door elkaar. Maar er is maar één vraag die ik te stellen heb;

Waar ben je God?

In de chaos van mijn gedachten zou ik alles om me heen stuk willen maken. Ik wil schreeuwen, gillen, onredelijk zijn. Ik wil schoppen en slaan en ik wil niemand mij laten kalmeren. En als Je er was God, dan schreeuwde ik tegen Jou. Dan sloeg ik en schopte ik en gilde ik alle nare gedachten die ik van binnen voel recht in Je gezicht. Maar waar ben Je God? Je bent er niet.
Ik heb niets anders te concluderen, dan simpelweg je bent er niet. Zo veel vaker is dat ook de conclusie, als ik denk aan mijn kind. Dat hier had moeten spelen, moeten rennen, plezier moeten maken. Mijn kind dat groter had moeten groeien en iedere dag wat nieuws had moeten ontdekken. Telkens weer is er die alles verterende conclusie; je bent er niet, lieve Floris.
Vandaag richt ik me in mijn chaos tot God. Die mij oproept niet bang te zijn. Ook niet als mijn weg door een donker dal gaat, ook niet als de storm op zee zó tekeer gaat dat ik dreig te verdrinken. Ik hoef niet bang te zijn, want God is mijn God, en Hij is bij mij. Waar ben Je dan?! Waar ben je nu de wereld is ingestort. Waar ben Je nu wij keer op keer moeten ervaren dat we na iedere keer dat we overeind zijn geklauterd weer keihard naar beneden donderen. Waar ben Je? In mijn woede en mijn angst is er nog een vraag die steeds weer boven komt; waarom? Waarom moest ons kleine mannetje sterven? Waarom moest hij pijn lijden, ziek worden, dood gaan. Waarom geef Je ons de last om de rest van ons leven gebukt te gaan onder de rouw. Waarom, waarom, waarom… En alsof dat nog niet genoeg was, waarom moet uitgerekend Floris’ kleine broertje ziek zijn, al voor hij geboren is. Waarom doe Je het gewoon weer opnieuw? Was het ziek zijn en het sterven van Floris een opwarmertje? Was dat nog maar het begin……. Mijn gedachten en gevoelens tuimelen radeloos over elkaar heen. Ik wil dit niet. Ik kán dit niet. Ik wil dat het stopt, dat alles stopt. Gevoelens overspoelen me, en ik heb er geen grip op. Er is niets of niemand die mij bereiken kan in de chaos van deze ellende. Totdat uiteindelijk de leegte overblijft. Dan staar ik voor me uit op de bank en voel ik niks. Dan lig ik in de donkere nacht in bed en voel ik niks. Dan sta ik op, in het holst van de nacht en voel ik niks. Niks meer. Ik wou dat het voor altijd zo kon zijn. Maar zo is het niet. In de vroege ochtend begint de zon weer op te komen, samen met de noodzaak om deze dag weer wat te doen. Ik moet wel. Maar ik wil niet meer…

Ik mis gewoon de kracht. Ik mis zelfs de kracht om te zoeken naar kracht. Dit is hét moment God. Laat Je maar zien. Laat maar zien dat Je er wél bent. Dat ik ondanks alles op Je vertrouwen kan. Dit is hét moment God, doe er wat mee…