Blog

Ik ben altijd dichtbij jou

Lieve, lieve David,

Vandaag wil ik jou vertellen hoeveel ik van je houd. Vandaag wil ik je bedelven onder mijn kusjes en je mijn warme knuffels geven. Vandaag wil ik met je dansen, voor je lezen en liedjes met je zingen. En weet je wat het mooie is? Dat kan ik allemaal. Vandaag kan ik van ’s morgens vroeg totdat je straks naar bed gaat van je genieten. Je maakt mijn hart warm en je geeft me de grootste, meest stralende glimlach op mijn gezicht die er maar bestaat. Je laat me genieten. Maar meer dan wie ook op de wereld besef ik dat ik je dicht bij me moet houden. Meer dan wie ook op de wereld voel ik heel diep van binnen dat ik geen seconde voorbij kan laten gaan zónder van je te genieten. Want vandaag wil ik ook Floris vertellen hoeveel ik van hem houd. Vandaag zou ik hem willen bedelven onder mijn kusjes en hem mijn warme knuffels willen geven. Vandaag wil ik met jou én Floris door de kamer dansen, voor jullie lezen en samen de mooiste liedjes zingen. Maar dat kan ik niet.

En daarom voel ik, als ik naar je kijk terwijl je tevreden en vol verwachting op mijn schoot ligt, de pijn van het gemis. Voor mijzelf, omdat ik Floris’ mama ben en dat niet kan zijn. Maar ook voor jou, lieve David. Omdat je Floris’ broertje bent, maar hem niet mag kennen.
Daarom dans ik met nog meer liefde, lees ik op mijn mooiste toon je boekjes voor en zing ik met nóg meer overgave. Ik wil je alles geven en meer. Omdat je al zoveel missen moet.

Vandaag zing ik liedjes voor je, en jij geniet met volle teugen. Je zingt op je eigen wijze mee, lacht eens lief naar me en maakt dan weer een leuk geluidje. Onbewust zoek ik in de lange lijst met kinderliedjes naar een heel bijzonder liedje. Als ik het voor je zing voel ik een brok in mijn keel, en langzaam glijdt een traan uit mijn ooghoek over mijn wang. Je wordt stil. Je kijkt me aan met grote, vragende ogen. Ik wil dat je weet dat alles uit dit liedje waarheid is. Ik wil dat je weet dat jij, ondanks dat je hier alleen bent, nooit maar dan ook nooit alleen hoeft te zijn. Jij hebt een grote broer. En zoals Pip vol vrolijkheid voor Woezel zingt, zo is het echt lieve David.

Als straks de morgen komt,
de zon weer boven komt,
dan ben ik altijd dicht bij jou

 Zelfs als er wolken zijn,
voel ik de zonneschijn,
want ik ben altijd dicht bij jou

 Als er soms regen is,
het even tegenzit
dan ben ik altijd nog bij jou

Raad eens hoeveel ik van je hou

‘Grote Haas, kom eens hier met je oren.

Ik moet je iets héél belangrijks vertellen…..’

Het zijn de woorden van jouw verhaal. Het verhaal dat vertelt hoe ongelofelijk veel we van je houden. We lazen het samen wel honderd keer, en toen je plotseling ineens niet meer bij ons was las mama het boekje voor tijdens jouw afscheidsdienst. Het is jouw verhaal. Hazeltje en Grote Haas staan op het monumentje van jouw graf. Hun knuffels liggen in je kast. Raad eens hoeveel ik van jou? Tot de maan en weer helemaal terug…
Dit zijn jouw woorden. Ze staan op de vele bordjes, kaartjes, slingers en sleutelhangers die papa en mama van mensen kregen nadat jij was overleden. Tot de maan en weer terug, mama heeft jouw blog zo genoemd, en op de stralend blauwe omranding van je graf staan de woorden weer. Dit zijn jouw woorden…
Vanavond slaat mama voor het eerst sinds jouw begrafenis het boekje weer open.
David zit op schoot, kijkt verwachtingsvol naar de mooie tekeningen van Hazeltje en Grote Haas. Net als jij probeert hij de bladzijden in zijn mond te stoppen. Hij luistert, af en toe maakt hij een geluidje om te laten weten hoe mooi hij het vindt. En net als twee jaar geleden rollen de tranen over mama’s wangen. Net als twee jaar geleden vertel ik met een brok in mijn keel hoe ver mijn liefde reikt.
Mijn liefde gaat zo hoog als ik kan springen.
Mijn liefde gaat tot ver over de rivier. Over de heuvels en nog veel, veel verder.
Mijn liefde gaat helemaal tot in mijn tenen.
Mijn liefde gaat tot aan de maan. En van de maan weer helemaal terug…

Wat had ik je graag nog écht willen vertellen hoe waar dat is.
Wat had ik graag gewild dat vandaag een doodgewone dag was.
Maar vandaag stonden we aan jouw grafje.
Met je opa’s en oma’s en je ooms en tantes. Met je nichtje die jij nooit gekend hebt. Met je kleine broertje dik ingepakt in de kinderwagen. Vandaag stonden we aan jouw grafje, legden we bloemen neer en staken we kaarsen aan. En ik kan het nog steeds niet bevatten, lieve Floris. Het is jouw grafje waar we bij staan. Het is jouw lichaampje dat daar in de koude grond ligt. En de hele gewone woorden van een lief kinderboek zijn zomaar ineens jouw woorden geworden. Het is echt waar.
Vandaag is het twee jaar geleden dat jij dood ging.
Het doet pijn. Het gemis wordt niet minder, en er is niets dat de pijn verzacht.
Op volle sterkte knalt het verdriet nog alle dagen ons hart binnen.
Op volle sterkte voelen wij dag in dag uit hoe leeg het is.

Vandaag las ik je boekje aan je kleine broertje voor.
Om met hem stil te staan bij de broer die hier niet meer is.
Vandaag wil ik maar één ding zeggen, lieve Floris.
Ik mis je, tot de maan en weer helemaal terug. 

Groter zal hij zijn

Lieve Floris,

Mama voelt zich al weken afwisselend prima en zwaar terneergeslagen. In hoog tempo wissel ik van emotie, en in hetzelfde tempo jagen de gedachten door mijn hoofd die onherroepelijk bij deze maand horen. Iedere dag van januari geeft een herinnering. Aan hoe onbezorgd het leven was, het eerste gedeelte van deze maand. Aan hoe dat in 16 kleine uurtjes ineens helemaal anders was. Januari is voor altijd een rotmaand. Dat heb ik maar geaccepteerd, en dapper zeg ik tegen iedereen die er naar vraagt dat het vanzelf weer februari wordt. Maar van binnen raast mijn donkere gevoel door. Soms hard en overduidelijk aanwezig, soms zachtjes zeurend op de achtergrond.
Vanmorgen stond mama op met de welbekende knoop in haar maag, en terwijl ik op de automatische piloot de verzorging van David op me nam prikte er steeds weer dat gevoel doorheen. Ongrijpbaar, maar aanwezig. De leidster van het kinderdagverblijf waar ik David vanmorgen heen bracht gaf het laatste zetje om de sluizen van mijn tuimelende gevoelens open te zetten. “Bij eerste kindjes merk je toch altijd dat ze de drukte op de groep nog niet zo goed aankunnen hè…” ze zegt het vriendelijk. Ze bedoelt het goed. Maar ineens wordt mij duidelijk wat er zeurt. Jouw broertje ís niet ons eerste kindje, maar in zijn leventje lijkt dat wel zo te zijn. David heeft geen flauw benul van de grote broer die hem is voorgegaan. Hij hoeft nooit even op zijn beurt te wachten omdat mama met Floris bezig is. Hij ligt nooit net iets te lang in de box terwijl hij eigenlijk al naar bed zou moeten. Hij hoeft mijn tijd en aandacht niet te delen. Mama’s onverdeelde aandacht gaat uit naar David. Omdat jij hier niet meer bent. En ondanks dat David het hoogstwaarschijnlijk nog prima vindt dat hij als een prinsje behandelt wordt en altijd precies krijgt wat hij wil gun ik hem dat andere leventje. Het leven van het kleine broertje, omdat hij het kleine broertje is.
Steeds meer ga ik beseffen dat jouw broertje al lang niet meer zo klein is. Hij overgroeit je. Letterlijk, nu David al meer weegt dan jij ooit gewogen hebt. Maar ook in andere dingen… Sinds twee weken wandelen wij door het dorp met David zittend in de kinderwagen. De kinderwagen waar jij nooit in beland bent. In zijn kledingkast liggen setjes schone kleren klaar die van jou zijn geweest, maar die je nooit gedragen hebt. Het was van jou. Het was allemaal voor jou bedoelt. Jij had als eerste in die kleertjes moeten kruipen, jij had als eerste in de kinderwagen moeten zitten en vol verwondering en plezier in de rondte moeten kijken als we een fijne wandeling gingen maken. Jij……. jij had de eerste moeten zijn, maar David is je overgroeit, en groter zal hij zijn.
Zittend achter mijn computer probeer ik woorden te geven aan het gevoel dat dat besef met zich meebrengt. Omdat ik weet dat het beter is om het op te schrijven en zo de lading van de drukkende pijn wat te verlichten. Maar ik vind de woorden niet.
Deels doordat het te hoog zit en te veel pijn doet, en deels omdat er met de komst van jouw broertje een steeds groter wordende kloof lijkt te ontstaan tussen mij en de mensen om mij heen. Omdat iedereen er maar vanuit gaat dat ons leven weer mooi en fijn is. Omdat iedereen steeds maar zegt dat ik nu weer gelukkig moet zijn. Omdat er steeds minder, en minder en minder aandacht is voor jou. Voor wie jij was, en dat je er was. Meer en meer voel ik hoe de wereld niet begrijpt wat het is om je kind te verliezen. In alles voel ik dat men er nu wel klaar mee is. Dus blijft mijn hart stil en verstommen de woorden die ik eigenlijk schrijven wil. Laat maar denk ik steeds vaker. Ze begrijpen het toch niet… Het maakt de verbittering die steeds maar weer de kop op steekt groter en groter. Het maakt mijn hart eenzamer en mijn woede razender. Het laat mijn onzichtbare tranen steeds harder stromen.

Straks ga ik je broertje weer ophalen bij het kinderdagverblijf waar hij sinds vorige week  steeds een dagje aan het wennen is. Dan droogt zijn warme knuffel mijn tranen en brengt zijn lach de warmte in mijn hart weer terug. Dan neem ik hem mee naar huis en wieg ik hem terwijl ik zijn favoriete liedjes zing. Dan spoelt zijn liefde de pijn voor even weg. Voor even…… voor heel even. Maar dat is iets dat de wereld niet lijkt te begrijpen.

Ik zwijg en schreeuw

Lieve, lieve, liefste Floris,

Mama heeft al een tijdje geen blogs meer voor je geschreven. Niet omdat ik geen verdriet meer om je heb of omdat je niet langer in mijn gedachten bent, maar omdat de woorden op zijn. Voor het verdriet en de tranen die in mijn hart huizen vind ik plotseling geen manier meer om het op te schrijven. Ik zit achter mijn computer en staar naar het witte scherm, waar niet meer op staat dan lieve Floris. Ik staar en mijn hart zwijgt, maar diep van binnen schreeuwt het. Van pijn, van verdriet, van gemis…………….. Ik zwijg en ik schreeuw dat het niet eerlijk is. Ik zwijg en schreeuw dat het pijn doet. Zo ongelofelijk veel pijn.
Mama heeft al een tijdje geen blogs meer voor je geschreven. Niet omdat je broertje nu jouw plaats in heeft genomen of omdat zijn aanwezigheid jouw afwezigheid goedmaakt. Integendeel. Al zijn er nog zo veel mensen die denken dat het nu weer goed is, goed zal het nooit meer zijn. Iedere dag geniet ik met volle teugen van David. Ik speel met hem, zing voor hem en voed hem. Ik help hem in slaap te vallen en trek hem schone kleren aan. Ik lach om de geluidjes die hij maakt en verwonder me om zijn sterke armpjes waarmee hij zichzelf al omhoog trekt aan mijn handen. Iedere dag geniet ik, maar ik geniet met een gebroken hart. Iedere dag besef ik dat geen lach, geen geluidje en geen knuffel van David mijn tranen om jou kan uitwissen. Het doet pijn.
Het doet pijn om jou, mijn lieve, kleine Floris, te missen. Maar het doet ook zó pijn om Davids broer te missen. Davids broer, aan wie hij een voorbeeld had kunnen hebben in alles wat hij leerde. Davids broer die hem lieve kusjes kwam geven als hij ’s ochtends wakker werd, die hem kietelde tot hij het uitgilde van plezier, en die hem soms wat langer op zijn beurt liet wachten dan hij nu gewend is. Jij. Davids grote broer. Je had in alles zijn grootste voorbeeld moeten zijn. Je bent er niet.

Nooit zal het leven weer goed zijn. Nooit zullen papa en ik weer vol genieten van het leven. Vandaag besef ik dat, omdat het kerstavond is en wij opnieuw thuisblijven. Geen feest voor ons. Geen feest zonder Floris.
Vandaag besef ik dat, als jouw papa speelt met David. Als hij vol overgave zingt en met zijn liedjes een grootse lach van je broertje ontlokt. Ik kijk naar ze en voel intense liefde vermengd met pijn. Jouw papa verdiend dit niet. Hij had samen met jou voor David moeten zingen. Hij had zijn beide zonen op schoot moeten hebben en in zijn ogen had alleen de diepe, diepe liefde zichtbaar moeten zijn die hij voor jullie heeft. In plaats daarvan zie ik zijn ook verdriet, ondanks de blijdschap en de vrolijke kinderliedjes die hij voor David zingt. Het doet me eens te meer beseffen dat voor ons voor altijd alles anders is. Dat maakt me stil en eenzaam, en het doet alle woorden vervliegen voor ik ze op kan schrijven. Ik heb geen woorden meer, maar lieve, lieve, lieve Floris… We missen je elke dag een beetje meer.

Spreek niet van vergeten

Lieve Floris,

Aan de muur in onze woonkamer hangen vijf prachtige foto’s. Foto’s van jou. Waar je blij en vol verwondering de wereld in kijkt. Waar je tevreden op mama’s schoot zit met je handjes netjes gevouwen. Waar je de allergrootste lach laat zien die ik ooit gezien heb. Vijf foto’s van jou, onze lieve, lieve Floris.

Tussen de foto’s hangt een schilderijtje met een tekst. Mama tekent iets, schrijft er wat bij en hangt het tussen de foto’s van jou. Op dit moment hangt er, hoe kan het ook anders, een songtekst van Bløf.

Spreek niet van vergeten,
spreek niet over tijd.
Spreek niet over later,
want later ben ik kwijt.

In de verbittering om jou gemis is dat wat ik ten diepste voelde toen ik het schilderijtje maakte en ophing. Niemand hoefde me te vertellen dat de tijd wonden heelt, dat er altijd weer een later is hoe donker de nacht ook voelt. Niemand hoefde me dat te vertellen, want voor mij en voor papa was dat nooit meer de waarheid.
Nu zit mama in de kamer en kijk ik vol vertwijfeling naar het schilderijtje. Met jouw broertje is er ineens wel weer een ‘later’ gekomen. Nu David er is, is er weer een toekomst. Zijn er weer dromen die we voor hem dromen. Het maakt me in de war. De dag dat jij naar de Hemel moest gaan is in mijn hoofd voor altijd de dag dat de zon ophield met schijnen. Maar nu dringen de zonnestralen tóch weer door het dikke wolkenpak heen. Hoe kan dat? En vooral, wat moet ik er mee?

Van binnen woedt een strijd tussen de liefde en blijdschap om David en de liefde en het verdriet om jou. Ik wil niet dromen over een toekomst zonder jou, en tegelijkertijd wens ik David het allermooiste leven toe dat ik me voor kan stellen. Ik wil vasthouden aan het verdriet en de pijn die ik voel, omdat ik zo een heel klein beetje vast kan houden aan jou, maar tegelijkertijd voel ik zoveel blijdschap als ik je kleine broertje in mijn armen wieg. Als ik zie hoe hij groeit en ontwikkelt. Hoe hij elke dag weer nieuwe dingen kan. Met zijn aanwezigheid komen mijn wensen weer terug. Wat zou ik graag, als hij straks oud genoeg is, met hem fietsen gaan. Maar alleen de gedachte al brengt de tranen terug in mijn ogen. Ik wilde met jou fietsen. Ik wilde met jou de wereld verkennen en je alle mooie dingen laten zien die onze omgeving te bieden heeft. En dus fluistert een gemeen stemmetje me altijd weer in dat ik beter niet dromen kan. Misschien klopt de tekst dan toch, die aan de muur van onze woonkamer prijkt. Spreek niet over later, want later bén ik kwijt. Ik durf niet meer te dromen, ik durf geen toekomst meer voor me te zien en me geen beeld te vormen van wat het leven ons te bieden heeft. Ik durf niet na te denken over alle leuke dingen die ik samen met David kan ondernemen. Ik durf niet te fantaseren hoe hij groter zal groeien en groter zal groeien…
De dagelijkse, verlammende angst maakt dat ik ondanks dat er weer een later is, later voor altijd kwijt ben.