De begrafenis

Ik had wel eens van mensen gehoord dat de eerste week na het overlijden van een dierbare een achtbaan is. Dat je niet tot rust kan komen en maar doorgaat en doorgaat. Dat er keuzes gemaakt moeten worden en knopen moeten doorgehakt. Dat het helemaal niet gaat om emotie en gemis, maar om actie en doorpakken.

Dat hebben wij ook geweten…

Het keuzes maken begon al toen Floris nog maar net een kwartiertje overleden was.

Willen jullie Floris mee naar huis nemen of laten jullie hem een nachtje in het mortuarium?

Ik vond het eigenlijk maar een stomme vraag. Natuurlijk namen we Floris mee naar huis, hij hoorde bij ons! Toen volgde de uitleg: als hij een nachtje goed gekoeld kon worden, was de kans op verkleuringen kleiner en konden we hem misschien nog een extra dag buiten de kist houden. Slik. Het klonk zo hard allemaal. Dit leek niet over ons kindje te gaan.

Samen hebben we overlegt en besloten Floris voor één nachtje in het ziekenhuis te laten. Maar we wilden hem wel zelf naar het mortuarium brengen. Dat was geen enkel probleem en samen met de verpleegkundige en iemand van het mortuarium hebben we hem naar beneden gebracht. Dat bleek een mooie, sfeervolle ruimte te zijn. In ons hoofd hadden we lange rijen met koelingen in een koude, kille kamer bedacht. Niets was minder waar. Het hielp ons een klein beetje.

Samen met mijn ouders liepen we vervolgens naar de dienstapotheek. Mijn man met een lege maxicosi in de hand. Halverwege heeft hij hem aan opa afgegeven. Dit voelde zó onwerkelijk!

Omdat ik borstvoeding gaf aan Floris kreeg ik medicatie om dit te stoppen. Stuwing doet namelijk ongelofelijk zeer en dat kon ik er echt niet óók nog bij gebruiken. De arts begreep dat gelukkig en hij regelde met de afdeling Gynaecologie een recept voor mij, zodat ik niet in de wacht hoefde bij de huisartsenpost en daar nog naartoe moest komen. De arts gaf aan dat ze de apotheek hadden ingelicht over onze situatie, want een ID kaart of verzekeringspasje had ik niet bij me. Het zou allemaal goedkomen!

Aangekomen bij de dienstapotheek trof ik een ijverige dame die mij echt geen medicatie mee kon geven zonder enige identificatie… Ik was op. Het was genoeg geweest voor vandaag en meer negativiteit kon ik even helemaal niet hebben. Ik heb huilend naar haar geschreeuwd dat mijn zoon net overleden was, dat ik die medicatie wilde hebben en gewoon naar huis toe wilde!

Normaal gesproken ben ik de rustige van ons twee, maar nu stapte mijn man naar voren en regelde hij het verder met de apotheker. Ze mompelde nog sorry en veel sterkte toen ze mij mijn medicijnen gaf.

Thuis gekomen wilde ik alleen maar douchen. Ik voelde me vies en had pijn van de stuwing. Ik hoopte dat het douchen dat een beetje zou verlichten. Boven aan de trap koos ik niet de badkamerdeur maar de deur van Floris’ vertrouwde kamertje. De aanblik van zijn spulletjes, zijn lege bedje en de rommel die was achtergebleven na het bezoek van de huisarts braken me. Hier zal Floris nooit meer zijn, althans, niet levend. Ik ben in elkaar gezakt op de slaapkamervloer. Ik heb gehuild en gehuild en gehuild.

’s Avonds kwam onze dominee op bezoek. Hij heeft ons getrouwd, we hebben bij hem belijdenis gedaan en hij had Floris een maand geleden nog gedoopt. Het was fijn om een vertrouwd gezicht te zien, iemand die de leiding pakte en wist wat er moest gebeuren. Hij had voor ons een begrafenisondernemer geregeld, zij kwam de volgende morgen om 10:00 uur. Hij wist te vertellen hoe het nu zou gaan, waar we allemaal over na moesten denken en wat er besloten moest worden. Maar boven alles kon hij zeggen:  wat een ongelofelijke, oneerlijke situatie. Hoe kon dit nou gebeuren? Samen hebben we gedeeld, gepraat, gehuild.

De volgende morgen ontmoetten we onze begrafenisondernemer. Ze vertelde dat ze al contact gehad had met het ziekenhuis en dat we Floris zometeen op gingen halen. Direct kwamen ook de keuzes. Wilden we een kistje of een mandje? Wilden we een standaard rouwkaart of wilden we zelf iets maken? Wat voor tekst moest er op de kaart komen te staan?

Mijn man en ik houden van lijstjes. En dus maakten we er nu ook één. Een hele waslijst aan punten die geregeld moesten worden. En wij dachten, als we het nu gewoon allemaal doen, dan kunnen we de rest van de week bij Floris zijn.

Dus kozen we een kistje uit voor onze zoon, ontworpen we een rouwkaartje en kozen we de tekst voor op de kaart. Die tekst had ik de afgelopen nacht samen met mijn moeder bedacht. Ik kon niet slapen, was wakker geworden door een nare droom over alles wat we in het ziekenhuis hadden meegemaakt, en heb mijn moeder uit de logeerkamer opgetrommeld. Samen hebben we beneden een kop thee gedronken en al huilend en pratend kwamen we tot de tekst.

Vele wateren kunnen de liefde niet blussen en zelfs rivieren spoelen haar niet weg.

Voor ons, mijn man en mijzelf, spreekt er uit de tekst de onvoorwaardelijke liefde die wij voor elkaar en voor Floris hebben en die nooit meer weg zal gaan. Ook niet door wat we nu meemaakten. Ook niet nu we van onze zoon gescheiden werden door de dood.

Tussendoor mochten we Floris ophalen uit het ziekenhuis. De begrafenisondernemer reed ons er heen. Alles zag er anders uit dan hoe ik het me herinnerde van toen ik zaterdagavond met de ambulance het ziekenhuis binnenreed. Via een achterdeurtje konden we het mortuarium binnen komen. In hetzelfde mooie kamertje als waar we hem hadden achtergelaten lag Floris nu op ons te wachten. Hij was al gewassen, maar we mochten hem zelf aankleden. Toen Floris zijn mooie Nijntje trui en zijn blauwe broek aan had namen we hem mee naar huis. Bij mij op schoot in de auto. Ik dacht nog, maar moet hij niet vast in de maxicosi? Hij kan toch niet zomaar bij mij op schoot? Dat is niet veilig……..

In de auto zagen we het gewone leven aan ons voorbij gaan. Mensen stonden te kletsen op de stoep, auto’s reden langs, er waren zelfs mensen de ramen aan het zemen! Hoe kan dit nou?! Dachten wij allebei. De wereld kan toch niet zomaar doorgaan? Alsof er niets gebeurd is.

Thuis hebben we Floris in zijn eigen bedje gelegd. De begrafenisondernemer had de koelelementen al klaargezet en zijn knuffels en speeltjes legden we om hem heen. Voor één keer mocht hij alles tegelijk hebben!

’s Avonds keken we elkaar moe aan. Het is gelukt, de lijst is helemaal afgewerkt. Morgen kunnen we de hele dag bij Floris zijn.

Maar ‘morgen’ was er weer een nieuwe lijst. Het bleek dat de begrafenisondernemer alles gedoseerd aanbood. Zodat we niet overweldigd zouden raken door alles wat moest gebeuren. Oh. Dus weer niet bij Floris zitten. In plaats daarvan moesten we een plekje uitzoeken op de begraafplaats. De keuze was uit drie plekjes, allen op het kinderplekje van de begraafplaats. Het had gesneeuwd, er stonden bijna geen bloemen en alles zag er troosteloos uit. Hoe moesten we hier nu een plek voor onze zoon uitzoeken? Uiteindelijk kozen we voor de grootste plek, zodat we genoeg ruimte hadden voor een monumentje en mooie, kleurige bloemen.

Thuis gekomen zaten er vriendinnen aan onze keukentafel. Ze waren allemaal druk met het schrijven van de rouwkaarten. Wij hielpen mee en zochten nog wat adressen bij elkaar.

Dezelfde vriendinnen kochten voor mij een jurkje en een vest voor de begrafenis. Iets kleurrijks wilde ik graag. Want Floris hield van kleuren, en een begrafenis met enkel zwart en stemmig wilden we zeker niet.

Woensdag kwamen vrienden ons huis schoonmaken, want ’s avonds gaven we mensen gelegenheid afscheid te nemen van Floris. Een hele waslijst had ik gemaakt van wat er allemaal moest gebeuren. Ik ken mezelf, als er zaterdag nog iets te doen valt dan ga ik gewoon weer aan de poets, en dat wilde ik niet. Zonder commentaar werkten ze ons hele lijstje af. En ’s avonds waren ze er weer. Twee vrienden aan het begin van ons hofje om de auto’s naar een parkeerplek te leiden, één vriendin aan de deur om de mensen welkom te heten, één vriendin bij het condoleance register, één vriendin bij de achterdeur om iedereen te bedanken en twee vrienden buiten om alle bezoek weer op de juiste manier weg te loodsen. De begrafenisondernemer had ons bang gemaakt, het zou héél, héél erg druk worden en ondanks dat er op de kaart van 19:00 tot 20:30 uur stond zouden we zeker wel tot 23:00 uur bezig zijn. En dat zou ons opbreken en uitputten en we zouden niet meer op onze benen kunnen staan na deze avond.

Druk werd het zeker, maar dankzij de lieve hulp van onze vrienden werd het geen chaos. Achteraf had ik graag wat langer de tijd genomen voor het bezoek. Zeker voor de mensen die van ver kwamen om ons hun deelneming te betuigen. Om nog een laatste keer langs Floris’ kistje te lopen en ons de hand te schudden.

Donderdag wilden we niets. We wilden rust en we wilden niets meer hoeven regelen. Donderdag wilden we samen zijn en ons voorbereiden op de dag die volgde. Op het definitieve afscheid van ons lieve kindje. ’s Avonds, toen we naar bed gingen, hebben we nog een laatste keer het muziekdoosje aangezet dat aan Floris’ bedje hangt. Hebben we nog een laatste keer Slaap, Floris, slaap gezongen en zijn Nijntje lampje naast onze eigen bed gezet.

En toen was het ineens vrijdag. De hele week is als een roes aan ons voorbijgegaan. We hebben beslissingen genomen, dingen in werking gezet, maar eigenlijk zonder zelf te beseffen dat we dat allemaal gedaan hadden. ’s Ochtends vroeg verzamelden onze familieleden zich bij ons thuis. Een fotografe uit onze kerkgemeente kwam om foto’s van de begrafenis te maken. Ik weet nog dat ik een aantal jaren geleden wel eens geroepen heb dat ik dat nóóit zou doen.  “Dat is toch gek, foto’s maken van een begrafenis. Het is helemaal geen mooi moment!” zei ik toen. Maar wat ben ik blij dat we het wel gedaan hebben. De fotografe heeft prachtige foto’s gemaakt, heel puur en kwetsbaar. Helemaal niet gek. Nu ben ik blij dat ik het fotoalbum van die dag nog eens kan pakken en weer kan zien wie er allemaal waren. Weer kan zien hoe mooi Floris’ kistje voor in de kerk stond tussen alle bloemen die waren meegebracht. Weer de stoet kan zien die van de kerk naar de begraafplaats reed… Weer even dichtbij hem kan zijn, op dat laatste moment samen.

Tijdens de kerkdienst heb ik ook gesproken. Woorden van liefde had de dominee opgeschreven in de liturgie. Ik wist dat ik zelf iets wilde zeggen toen we op maandag begonnen met de planning van de begrafenis. Maar wat? Uiteindelijk is het precies dat geworden wat de dominee schreef; woorden van liefde. Recht uit mijn hart. Waar naast het diepe verdriet ook een soort oerkracht naar boven was gekomen. Van waaruit ik de intense behoefte voelde om Floris te vertellen dat zijn papa en mama samen sterk zullen zijn. Dat we elkaar zullen steunen en vasthouden en nooit, nooit los zullen laten.

Daarna heb ik voorgelezen, nog één keer. Toen ik het boekje opende kwam er een soort rust over me. In prachtige volzinnen en zonder enige hapering las ik voor.  

Ik hou van jou… tot zóóó hoog boven mijn hoofd!

Gossie, wat hoog, denkt Hazeltje. Had ìk maar zulke lange armen.

Wat had Floris er altijd van genoten als we hem voorlazen. Vol interesse keek hij naar de bladzijdes en de plaatjes. Luisterde hij naar mijn stem of naar zijn lieve papa die hem voorlas. Als het even kon ging het boekje in zijn mond. Toen hij wat ouder werd begon hij soms keihard door het verhaaltje heen te ‘kletsen’. Wat had ìk er van genoten als ik Floris voorlas. Wat was het fijn om hem op schoot te trekken en het boekje open te slaan. Wat was het heerlijk om een mooi verhaal te vertellen en zijn enthousiasme te zien.

Nu stond ik daar, voor in de kerk. Mijn man hield de microfoon vast en de mensen in de kerk snikten zachtjes terwijl ze luisterden naar mijn woorden.

‘Ik hou van jou helemaal tot aan de maan,’ zegt Hazeltje en hij doet zijn ogen dicht. 

‘Dàt is ver,’ zegt Grote Haas. ‘Dat is heel, heel erg ver.’

Grote Haas legt Hazeltje voorzichtig in zijn bedje van varens. 

Hij geeft hem een nachtzoen. ‘Slaap lekker,’ zegt hij. 

En terwijl Grote Haas dicht naast Hazeltje gaat liggen fluistert hij: 

‘Ik hou van jou helemaal tot aan de maan – En terug!’