Het vinden van hulp

Een paar dagen na de begrafenis van Floris wisten wij al één ding zeker: zonder hulp gaan we dit niet redden. We hebben daarom ook heel actief om hulp gevraagd in onze vrienden en kennissenkring. Help ons om dit enorme verdriet te dragen! We kunnen dit niet alleen!
Maar naast hulp uit ons eigen netwerk voelden wij ook heel sterk aan dat professionele hulp nodig was. In het ziekenhuis hadden we een hoop nare dingen gezien en de beelden van die uren op de kinder IC bleven zich maar af spelen in ons hoofd. ’s nachts werd er weinig geslapen en de meest wrede nachtmerries zorgden er voor dat we in de uren dat we wel sliepen weinig nieuwe energie op deden.
Toen we voor het eerst bij onze huisarts kwamen zei ze dat ze onze reactie eigenlijk wel heel normaal vond voor wat we hadden meegemaakt. Ze schreef mij wat slaappillen voor en zei dat we het nog even moesten aankijken. Geen verwijzing voor hulp dus.
Via het ziekenhuis probeerden we alsnog aan een verwijzing te komen, maar na eerst zes keer verkeerd te zijn doorverbonden (en dus ook zes keer ons verhaal te hebben verteld aan de verkeerde personen) kregen we te horen dat een verwijzing via het ziekenhuis niet mogelijk was. Op internet vonden we naast psychologen ook rouwbegeleiders. Rouwbegeleiders schenen wel vergoed te worden door de verzekering, en dus probeerden we een geschikte rouwbegeleider te vinden. Maar zonder dat ik mensen voor het hoofd wil stoten, wij kwamen er achter dat iedereen zich zomaar rouwbegeleider mocht noemen. Zonder enige opleiding of kennis van zaken. Resultaat is dat Mien van 4 hoog achter, die vorig jaar haar poes verloren is, ook een eigen praktijkje kan beginnen… Daar schoten we dus niets mee op.
Ik besloot maar eens gewoon een psycholoog te bellen die ons aansprak en onze kwestie aan haar voor te leggen. Zij dacht mee en gaf ons wat tips om een verwijzing alsnog voor elkaar te krijgen en wees ons daarnaast op een geschikte rouwbegeleider voor als de verwijzing toch niet zou lukken. Tot dan toe voelden wij ons in de steek gelaten door hulpverleningsland. Iedereen leek te zeggen: “Kan mij het schelen dat je de wanhoop nabij bent, dit zijn de regeltjes en daar heb je het mee te doen”. Deze psycholoog gaf ons weer een klein beetje hoop.
Maar ook een tweede gesprek met de huisarts leverde niets op. Wij waren boos, teleurgesteld en moe gestreden. Laat ook maar, dachten wij. We doen het zelf wel weer.

Die avond kwam de huisarts van de huisartsenpost bij ons op visite. Zij was bij ons thuis geweest toen Floris ziek werd en had naderhand een kaartje gestuurd om haar medeleven te betuigen. Ze had ooit eens van kennissen die in het ziekenhuis werkten gehoord dat het heel belangrijk was om een nagesprek te hebben met de hulpverleners die betrokken waren bij een traumatische gebeurtenis. Dat dat helpt in het verwerkingsproces. En dus stond ze op een dinsdagavond bij ons voor de deur. Het werd voor ons een waardevolle avond, omdat deze vrouw haar eigen emotie durfde te tonen. Omdat ze kon zeggen: “het is ook allemaal niet goed gegaan bij de 112 melding. Ik ben ook boos!” dat was precies wat we op dat moment nodig hadden. We vertelden haar over onze moeite met het vinden van hulp. Dat we ons alleen voelden en in de steek gelaten. De volgende dag heeft ze de stoute schoenen aangetrokken en onze huisarts opgebeld. Ze heeft voor ons geregeld dat we tóch een verwijzing kregen.

Ook in de weken die volgden bleef de huisarts van de HAP betrokken. Ze mailde af en toe hoe het met ons ging en stuurde ons een bemoediging van tijd tot tijd. Zij was precies wat we op dat moment nodig hadden. Iemand die voor ons op stond en de zaakjes regelde, een professional die op gevoelsniveau met ons kon praten. Toen ze bij ons op visite was vroeg ze naar foto’s en filmpjes van Floris van toen hij nog leefde. Ze wilde hem leren kennen als het vrolijke en blije mannetje dat hij was, en niet als het zieke kindje dat zij in haar armen had gehad op 21 januari. Ik word er nog soms stil van als ik er aan denk, wat een prachtmens!
Onze eigen huisarts belde ons niet veel later op om te zeggen dat we toch een verwijzing zouden krijgen. Ze had niet doorgehad dat de gebeurtenissen in het ziekenhuis zo traumatisch voor ons waren geweest, en op grond daar van konden we toch naar een psycholoog. Ook zei ze dat ze het lastig vond hoe ze ons goed moest begeleiden. Ze legde haar eigen moeite en vragen op tafel en vroeg ons aan te geven wat voor ons helpend was en wat niet. Vanaf dat moment staat ze als huisarts naast ons, loopt ze met ons mee op ons pad van rouw. Helpt ze waar ze kan, is ze betrokken en biedt ze vooral een professioneel luisterend oor. Iedere twee weken belt ze om te vragen hoe het met ons gaat, en werkelijk alles kunnen we bij haar neer leggen.

Met de verwijzing op zak belden we de psycholoog weer op die we een aantal weken daarvoor om advies gevraagd hadden. Ze schoof wat in haar agenda en kon zodoende nog diezelfde week bij ons langs komen. Ze schatte in dat het voor ons fijner was om de sessies bij ons thuis te doen, in onze vertrouwde omgeving. Iedere week kwam ze trouw naar ons dorp gereden om EMDR sessies met ons te doen. Voor mijn man werkte dat, hij kon zich er aan overgeven en merkte langzaamaan dat de beelden van het ziekenhuis en de gevoelens rondom de 112 melding meer behapbaar werden voor hem. Voor mij was het een ander verhaal. Ik zat daar en volgde de vingers van de psycholoog tijdens zo’n sessie en dacht ondertussen wat ben ik in hemelsnaam aan het doen hier?! Ik kon er niets mee. En al snel staakten we onze pogingen tot EMDR.
Inmiddels krijgen mijn man en ik allebei gesprekstherapie. Onze psycholoog is een fijne en betrokken vrouw die ons helpt een weg te vinden. Ze schept orde in de chaos van ons leven, eigenlijk alleen maar door te luisteren en te praten. Ze legt af en toe iets uit aan de hand van een tekening en geeft ons tips over boeken die we kunnen lezen. Zo loopt ze met ons mee in ons proces, tot we weer wankel op onze eigen benen kunnen staan.