Lotgenoten

Toen Floris overleed kregen wij een stortvloed aan aandacht over ons heen. Aandacht die wij heel fijn vonden. Want het gaf een warm gevoel dat mensen om ons heen aan ons dachten, zelfs twee of drie maanden na de begrafenis nog.

Maar het overlijden van Floris bracht ook iets anders met zich mee. Mensen die zelf ook een kindje waren verloren durfden dit ineens tegen ons te zeggen. Zo dachten wij niemand te kennen wie dit enorme leed was overkomen, en zo bleken er ineens veel gezinnen om ons heen te zijn waar er een plaatsje leeg blijft aan tafel. De buren, de oppas, collega’s…

Bij veel van deze lotgenoten  vonden wij herkenning. Konden we iets zeggen zonder dat we het hoefden uit te leggen. Want zij wisten precies hoe het voelde.

Vanuit onze kerk werd een lotgenotengroep opgestart. Want hoe bizar, er bleken in de afgelopen twee jaar meerdere kindjes te zijn overleden. De eerste keer dat we samen kwamen voelde direct vertrouwd. Wij deelden met elkaar een gemis dat een ander niet kon voelen. Samen staken we voor alle kindjes een kaars aan, met daar onder de naam van ieder kindje in houten letters. 4 kaarsen, 4 namen en 4 ouderparen met een intens verdriet in hun hart.

Ongeveer één keer per maand komen we bij elkaar. We praten over wat er op dat moment in ons leven speelt. En bij elkaar vinden we herkenning. Ik hoef er niets echt uit te leggen, want ze begrijpen hoe het is.

In het begin liepen mijn man en ik er tegenaan dat mensen ons begonnen te ontlopen nu Floris was overleden. Als we dat in de lotgenotengroep deelden riepen ze bijna in koor “Ooooh ja! Dat hadden wij ook. Maar dat gaat weer over hoor..” 

Wij met z’n achten, wij hebben niet hetzelfde proces. We delen niet hetzelfde verhaal en we voelen niet dezelfde emoties. We snappen niet àltijd precies wat de ander bedoelt, we zijn het soms niet met elkaar eens over wat wel fijn is of wat niet. Maar we delen iets heel intens. En dat maakt dat ze allemaal heel waardevol zijn geworden in ons leven.