Floris

Op 5 augustus 2016 werd ik, Everline, de trotse mama van Floris. Hij was een prachtig mannetje dat speelde en ontdekte. Hij was vol levenslust en plezier. Floris vond alles leuk. Boekjes lezen, wandelen, zingen, in de box spelen, kijken wat mama doet, papa na doen als hij gekke geluidjes maakt… Zelfs op het aankleedkussen had hij plezier voor tien!

Floris was nooit ziek. Er waren geen zorgen. En dus leefden wij ons onbezorgde leventje als jong gezin. We maakten ons druk om van alles natuurlijk. “Slaapt hij wel genoeg? Drinkt hij wel voldoende?” vroegen we ons regelmatig af. “Groeit hij wel goed?” Achteraf moet ik er om lachen, in de groeicurve schiet Floris ver boven de gemiddelde lijn uit. Hoe kon ik ooit twijfelen? Het waren de normale, herkenbare perikelen van kersverse ouders. Onzeker over onze nieuwe rol en geen redenen om ons écht zorgen te maken…

Op 21 januari veranderde dat leven voorgoed. Voor de eerste keer werd Floris ziek, maar al snel bleek dat het geen onschuldige kinderziekte was. Met gillende sirenes werden we naar het ziekenhuis gebracht. De artsen tastten volledig in het duister. Niemand wist wat er met Floris aan de hand was. Onvoorstelbaar zware en intense uren volgden, waarin wij heen en weer slingerden tussen hoop en vrees. Steeds waren er kleine lichtpuntjes, steeds zakte Floris weer dieper weg in zijn ziek-zijn. De tijd verstreek en de artsen en verpleegkundigen vochten en vochten, maar ze werden continu ingehaald.

22 januari 2017. Floris is inmiddels zó ziek dat er nog maar één mogelijkheid is: opereren. Het is pure noodzaak, maar de artsen willen de operatie ook gebruiken om in zijn lijfje te kijken. Wat is er met hem aan de hand? Ze weten het nog steeds niet.

Voor het eerst sinds we met Floris in het ziekenhuis aankwamen moeten we hem alleen laten. We worden naar een familiekamer gebracht en het wachten begint. Hoe houdt je je rustig als je wacht terwijl je kind in levensgevaar verkeerd? Hoe blijf je kalm en functioneren? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik daar zat en dat de minuten voorbijgingen. Pas driekwartier later kwam de arts naar ons toe. Onze hoop was tot grote hoogten gestegen, want als het toch zo lang duurde voor de operatie klaar was………

Floris gaat dood.

Dat is het enige wat de arts tegen ons zei. Onze zoon. Ons kleine, lieve mannetje. Nog geen 24 uur geleden was er nog niets met hem aan de hand. En nu? Nu vertelde deze arts ons dat hij het niet zou gaan redden. “De grond wordt onder je weggeslagen” zeggen mensen soms wel eens als ze nieuws te horen krijgen dat hun leven op zijn kop zet. Ik wist nooit goed hoe dat was. De grond onder je voeten weg… Nou, nu weet ik het. In één enkele zin werd ons hele leven overhoop gegooid. Nu zal het nooit meer hetzelfde zijn.

Na de operatie mochten mijn man en ik bij Floris komen. Er stonden twee plastic tuinstoelen in zijn ziekenhuiskamer. De kamer was opgeruimd, er was niets te zien van de operatie die er net had plaatsgevonden. De zuster legde Floris in onze armen. Geruisloos begon ze de apparatuur af te koppelen…

 

In onze armen is hij gestorven.

floris kamphof_3